Winter als voorbereidingsperiode

Voor de meeste trailrunners zit het trailseizoen er op. De stroom van plaatjes van mooie (berg)trails op sociale media begint wat op te drogen. De berichten over inschrijvingen voor wedstrijden die volgend jaar pas plaatsvinden nemen toe. Ik hoop altijd dat iedereen een mooi doel kiest op basis van wat haalbaar is, niet alleen op basis van hypes. FOMO is namelijk een bekend verschijnsel in de trailrunnerij. Met een doel in gedachten (of zelfs al ingeschreven) begint nu eigenlijk de voorbereidingsperiode voor volgend jaar. Herfst en winter als voorbereidingsperiode, wat ga je dan eigenlijk doen?

Na een lang en zwaar seizoen is het misschien een goed idee om even wat rust in te plannen. Lichaam en geest hebben even tijd nodig om weer op te laden voor de trainingsarbeid die nodig is om volgend seizoen beter voorbereid te beginnen. Een paar weken wat anders of zelfs even lekker niets doen doet wonderen, probeer het maar eens. Geniet van de extra vrije tijd, doe wat klusjes die al een hele tijd liggen te wachten, wat extra tijd om de sociale contacten weer aan te halen, noem maar op.

In het boek Training Essentials for Ultrarunning van Jason Koop wordt uitgebreid ingegaan op de planning voor het nieuwe seizoen. Het begint met een analyse. Wat heb je afgelopen jaar gedaan, ging dat goed of niet? Waar liggen je sterke punten en waar moet je nog aan werken. Maar ook: wat is het belangrijkste doel voor volgend jaar en wat heb ik daar specifiek voor nodig. Is het een zware bergrace met veel hoogtemeters of juist een vlakke ultraloop. Wat kom je tekort? Zijn het vaardigheden als klimmen voor een skyrace, ben je niet sterk genoeg voor heel veel hoogtemeters of niet heel handig in technische afdalingen?

Belangrijk voor periodisering is dat je de minst specifieke training het verst van de wedstrijd af plant en steeds specifieker naarmate je dichterbij de wedstrijd komt. Het meest specifiek voor een ultratrailer is dat je lange afstanden loopt in een relatief laag tempo, door terrein dat zoveel mogelijk gelijk is aan dat van de wedstrijd. De herfst/winter ligt nog heel ver van bijvoorbeeld je gekozen bergtrail af, hier moet je dus vooral basisvaardigheden trainen.

Lunges

Uitgaande van een gemiddelde Nederlandse trailrunner die een bergtrail wil gaan lopen (of een lange technische trail in de Ardennen) kun je in ieder geval twee belangrijke tekortkomingen constateren. We zijn gewoon niet sterk genoeg voor de vele meters klimmen en dalen en we kunnen snelheid op vlak gebied niet omzetten naar genoeg ‘vermogen’ om op tempo door heuvels en bergen te lopen.

Backsquat

De winter is eigenlijk een ideale periode om te werken aan kracht. De koude, donkere en vaak natte avonden zijn bij mij tenminste vaak niet erg motiverend. Het moment dus om tijdelijk één of twee looptrainingen in de week te vervangen door krachttraining in een fitnesscentrum (of gewoon in je eigen garage of keuken). Persoonlijk vind ik trainen in een fitnesscentrum prettiger. Je betaalt er voor, dus heb je meer een stok achter de deur om toch te gaan. Maar ook thuis kun je prima oefenen, hier een mooi voorbeeld van een circuitje dat heel goed thuis kan.

Boxjumps

Naast krachttraining is dit de uitgelezen periode om wat meer op snelheid te trainen. Niet zo zeer om bloedsnel te worden (tijdens lange trails loop je zelden bloedsnel), maar vooral om je VO2 Max te vergroten. Hoe groter het vermogen om zuurstof op te nemen per minuut, hoe beter je straks die bergen op komt. Na een seizoen waarin je vooral lange langzame trails loopt (en weer herstellen moet) kan die VO2 Max vaak wel een boost gebruiken. Naast intervallen en tempolopen kun je hiervoor ook prima het cross seizoen gebruiken. Voor een trailrunner is een crossloop natuurlijk erg kort en hevig, maar het past wel bij trailrunning.

Waar je ook goed op kunt trainen in deze periode is op vaardigheden als afdalen over technische paadjes, (indoor)klimmen, navigatie met kaart en kompas of op GPS. Uiteindelijk is het de bedoeling dat je sterker, sneller en als een completere loper kunt beginnen aan de volgende voorbereidingsperiode die begint in het vroege voorjaar. Dan gaat de snelheid in de training weer naar beneden en ga je de afstanden weer uitbouwen naar (ultra)wedstrijd niveau.

Vakantietraining Zweden

Vorige week was ik op een roadtrip samen met mijn vader, even op familiebezoek in Zweden. Veel rondtoeren met de auto, bijkletsen met de familie, laat eten etc. Erg gezellig en zeker de moeite waard. Zweden heeft een schitterende natuur en het mooie weer maakte het tot een geweldige vakantietrip. Maar door het volle schema raakte het trainen wel wat op de achtergrond. En dat terwijl je als trailrunner hier echt je hart kunt ophalen.

Gelukkig wist ik toch nog een ochtend in te plannen om een mooie ronde te maken. Mijn zus had al een kaartje met een route uitgestippeld en ik had natuurlijk mijn GPS meegenomen voor de zekerheid. De route zou grotendeels over grusvegen voeren, onverharde achterafweggetjes die nog net met de (4×4)auto begaanbaar zijn. Mijn zus dacht dat een 20-25 km zou zijn, redelijk makkelijk te lopen. Singletracks kennen ze in dit gebied bijna niet, aangezien er te weinig mensen wonen om deze te vormen. Offtrack mag weliswaar in Zweden wegens het zgn. Allemansrecht, maar het werd me afgeraden dat te doen wegens de ondoordringbaarheid van het bos.

Met mijn racevest gevuld met water, reepjes, noodkit etc. begaf ik me op weg, maar eerst smeerde ik me nog even goed in met sterk antimuggenspul. In Zweden hebben ze namelijk muggen die gespecialiseerd zijn in het vergallen van de vakantiepret van toeristen…. Maar de zon scheen en er stond een beetje wind, daar houdt het rondvliegende ongedierte niet van.

Aangezien mijn tocht begon in het dal mocht ik eerst een flink eind klimmen. Vals plat omhoog afgewisseld met klimmetjes die nog net te doen waren brachten de hartslag en de temperatuur al snel omhoog. Het pad voerde me door het bos omhoog naar het meer dat bovenop de heuvel lag. De kwaliteit van het water van dit meer is zo goed dat het gewoon als drinkwater gebruikt wordt door de bewoners in het dal. Daarnaast levert het een prachtig panorama op als je er omheen loopt.

Om het meer liep een redelijk begaanbare grusweg, met enkele vakantiehuisjes. Maar aangezien ik al bijtijds op pad was sliepen de bewoners waarschijnlijk nog. Er was geen enkel menselijk geluid te horen. Geen auto, geen stemmen, helemaal niets. Alleen vogels, insecten en het geluid van de wind in de bomen, verder was het oorverdovend stil. Heerlijk.

Na langs het meer gelopen te hebben mocht ik een aantal kilometers heerlijk afdalen. Vals plat naar beneden, gratis kilometers! Alsof het geen enkele moeite kostte. Met een grote glimlach op mijn gezicht liep ik door het bos. Een blik op de kaart en mijn GPS bracht de harde werkelijkheid echter al snel weer in beeld….. Na iedere afdaling volgt immers weer een klim 🙂

Een stukje asfalt was de verbinding naar het tweede deel van mijn ronde. Maar mijn idee dat het even een relatief makkelijk stuk zou zijn werd meteen de bodem ingeslagen. Een paar kilometer lang liep het zo vals omhoog dat ik op mijn kleinste pasje iedere nog net hardlopend een eind omhoog kon komen. Maar powerhiken was net zo snel en dan kon ik weer even bijkomen. Inmiddels had ik de helft van mijn route er op zitten en was ik wel één auto tegengekomen, verder niets….

Nadat ik weer van het asfalt af was kreeg ik een stevige klim voor de kiezen. Daar kon alleen een 4×4 nog omhoog rijden volgens mij, maar toch was het de enige weg naar een verzameling huizen die zelfs nog een plaatsnaam hadden gekregen. Het gehucht leek een verlaten ghosttown uit een western, maar dan op zijn Zweeds. Al powerhikend bereikte ik de top van de heuvel (waarschijnlijk hoger dan de hoogste berg in NL, maar hier was het gewoon een heuvel).

Nadat ik even gezwaaid had naar auto nummer twee, met een paar nieuwsgierige inboorlingen, kon ik aan de lange afdaling beginnen. Volgens mijn kaartje kon ik nu kilometers dalen tot het einde van mijn ronde. Maar dat kaartje vertelde me ook dat ik nog wel een aantal kilometers meer moest dan de 20-25 km waar mijn zus het over had. Maar aangezien het downhill was ging dat wel lukken.

Ik liep in een lekker tempo bergaf en het leek wel of er geen eind kwam aan de afdaling. Genieten dus! Acht kilometer afdalen op een hellingspercentage wat nog precies lekker past bij je tempo. Tussendoor rustig rondkijken en af en toe stoppen voor een mooi uitzicht, dat dan weer wel.

Na ruim 3 uur lopen, 28,5 km en ruim 500 hoogtemeters stond ik weer bij het huis van mijn zus. Geen mug gezien, wel twee auto’s en één fietser die vriendelijk groetend voorbij gingen. Kraanvogels, ruigpootbuizerd, bonte kraaien gezien en een heleboel vogels die ik wel gehoord heb, maar niet gezien. Ook geen eland, wolf, lynx of bever die er wel voor schijnen te komen. Desondanks een onvergetelijke trainingsloop. Jammer dat ik er maar een paar dagen was.

Winters Trailkamp Harz

Eind vorig jaar was ik me aan het oriënteren op een groter evenement in het voorjaar. Toen ik de aankondiging van RunForestRun zag voor een drie daags trailkamp in de Harz was ik meteen geïnteresseerd. Ook een aantal trainingsmaatjes leek het wel wat en zo kon de voorpret beginnen. Vorige week was het dan eindelijk zo ver. Met drie man en één vrouw in één auto was het een gezellige boel. Walter had alle bagage in zijn auto en bezocht nog even een potentiële klant op de heenweg.

Na een flinke reis kwamen we aan in de Harz, in de vroegere DDR. Ferienheim Sorgenfrei zag er uit alsof het sinds de val van de muur niet veranderd was. Maar dat was ook wel de charme er van. We lachten ons een deuk om de ‘oude meuk’ qua inrichting, maar het was schoon en het personeel was heel vriendelijk en als snel stonden de eerste pullen bier voor onze neus. Er zouden er nog veel volgen…

We waren vrij vroeg, maar de overige deelnemers kwamen ook bijtijds. Het was een bont gezelschap, waarvan ongeveer de helft dames. Het Noorden en Oosten van het land was goed vertegenwoordigd, maar ook uit de rest van het land en België kwamen deelnemers. Een mooie mengelmoes aan accenten en persoonlijkheden, maar al snel bleek iedereen het goed met elkaar te kunnen vinden en het werd een gezellige boel. Met allemaal dezelfde hobby wil dat meestal wel lukken.

De volgende ochtend stond de Oost Harz op de agenda. We hadden de lange route met het Bodetal en de Teufelsmauer in de planning, dus op tijd uit de veren. Afhankelijk van vorm en de tijd die we nodig hadden konden we eventueel inkorten. Met Winfried Bats als begeleider van de lange afstand groep begonnen we vanaf de Hexentanzplatz en daalden we af in de kloof naar de Bode. Uiteraard moet je dan ook weer omhoog klauteren. De Rosstrappe was hierbij letterlijk een hoogtepunt. Wat een prachtige omgeving met schitterende rotspartijen en geweldige paadjes.

Het uitzicht was helaas zeer beperkt doordat het zwaar bewolkt was en zelfs af en toe wat droge poedersneeuw naar beneden kwam. Het was ook behoorlijk fris, maar een paar graden boven nul. Maar daar kun je je op kleden en echt koud had ik het niet. Ik had al wel snel door dat ik geen topdag qua lopen had. Gewoon geen goede benen. Beetje jammer, maar gewoon doorlopen dus.

Na het Bodetal kwam er een lang segment waar goed doorgelopen kon worden richting een heuvelrug waar prachtige rotsformaties ineens uit de grond omhoog komen. Ik kan me goed voorstellen waarom het de Teufelsmauer heet. De verschillen in loopsnelheid kwamen hier wel wat meer naar voren. Ik hobbelde dan ook vol goede moed, maar wel een beetje achteraan in de groep. Mooie momenten om even een foto te maken natuurlijk.

Erwtensoep met Bockwurst bij een standje op een parkeerplaats hielp me door het zoveelste dipje van de dag en uiteindelijk kwamen we na ruim 41 km en bijna 1200 hoogtemeters terug bij de auto’s. Omdat sommigen toch nog de marathon vol wilden lopen of extra hoogtemeters wilden maken, doken die nog een keer de kloof in. Ik ging ondertussen met enkele anderen alvast genieten van de warme chocolademelk in de bar van het hotel ter plekke.

Dag twee stond de Brocken op het programma, maar het prachtige uitzicht op de 1140 meter hoge top konden we wel op onze buik schrijven. ’s Morgens sneeuwde het namelijk en er werd nog meer verwacht. Na de tocht van gisteren had ik goed gegeten en voldoende herstelbiertjes genuttigd. Ik hoopte dan ook op een wonderbaarlijke wederopstanding, zeker gezien de hoeveelheid klimmen die te wachten stond. De groep was bijna hetzelfde als de dag er voor, met wat aanvulling.

Dag 1 had ik vooral moeite met de lange loopstukken, maar daar hadden we dag 2 weinig last van. De route was bijzonder pittig te noemen met 10 tot 20 cm poedersneeuw en flinke klimmen door het bos. De prachtige singletracks waren hierdoor moeizaam te vinden of bezaaid met omgevallen bomen waar we overheen of onderdoor moesten klauteren. Op sommige stukken was er geen doorkomen aan en moesten we een weg er omheen zoeken met behulp van onze gps-handhelds.

Bushwacken in optima forma door een kerstkaartenlandschap dus, ik had de hele morgen een dikke smile op mijn gezicht. Met kilometertijden van soms maar 22 minuten schoot het echter niet op. Walter was wat geblesseerd aan zijn knie en wandelde verder met Henrie. Dat konden ze echter in zo’n tempo dat de rest in de klimmen gewoon achterbleef. Pas op stukken waar het weer loopbaarder werd konden we ze dan weer inhalen.

Op een bepaald moment in de route besloten we een kleine afkorting te maken om wat tijd goed te maken. Een kleine groep splitste zich af om toch de lange route te doen, maar het leek me beter om een kortere route te kiezen. Na een mooi stuk lopen op een lang stuk vals plat naar beneden, waarbij de poedersneeuw door de lucht vloog, kwamen we bij de lange klim naar de top van de Brocken via de achterzijde.

Poeh, wat een lange taaie steile klim was het. Mijn stokken bleven steeds haken in de richels tussen de betonbalken van de tankbaan uit de tijd van de koude oorlog waar we op liepen. Het werd ook steeds kouder, meer wind en het zicht steeds minder. Ik kreeg ook steeds meer honger, maar had vanwege de kou geen zin om te stoppen en wat uit mijn rugzak te pakken. Op de top van de Brocken zagen we het restaurant pas toen we op 100 meter afstand waren.

Het was dan ook echt super om even lekker warm binnen te zitten en je te goed te kunnen doen aan een warme maaltijd en een grote cola. Ongelofelijk druk was het ook, met allemaal dagjesmensen die met de stoomtrein naar boven gekomen waren. Ook de anderen van onze groep en de groep van de kortere afstand kwamen we hier weer tegen.

Nadat we uitgegeten waren maakten we ons op voor het laatste stuk naar de auto. Met iedere 100 meter die we daalden werd het weer beter en uiteindelijk stonden we na 37 km weer op de parkeerplaats. Ik was er ook wel klaar mee. Ik voelde me weliswaar beter dan de dag er voor, maar voelde nog wel de gevolgen van die dag. Maar het was weer een geweldige dag geweest en we hadden ’s avonds weer een heleboel te vertellen bij het eten. Met alle herstelbiertjes van die avond moest de derde dag wel een topdag worden…

De derde dag wilden we een iets kortere afstand lopen, om weer enigszins fit aan de terugreis te beginnen. Een totaal van iets meer dan 100 km over drie dagen was mooi genoeg. Het weer was een stuk beter dan de dag er voor, de zon scheen zelfs. De West Harz gingen we verkennen. Ons groepje was inmiddels een soort van vaste groep geworden. Begeleiding hadden we niet, maar ook niet echt nodig.

De route begon door een geweldig mooi gebied. Eerst flink dalen en klimmen maar ook met behoorlijk loopbare stukken er tussen. De gemiddelde snelheid lag de eerste uren dan ook een stuk hoger dan tijdens het geklauter door het bos de dag er voor. In het zonnetje was het heerlijk, handschoenen, buffs etc. konden uit en jasjes gingen uit.

Halverwege sloeg het weer echter weer om, de temperatuur duikelde ineens weer naar beneden en de wind was guur. Alle kleding kon weer uit de rugzak gehaald worden. Doordat er behoorlijk doorgelopen kon worden kregen we het gelukkig niet echt koud maar op een gegeven moment vond ik het wel genoeg. En ik was niet de enige, dus een extra lusje sloegen we maar over. In het laatste stuk naar de auto’s liepen we weer gedeeltelijk samen met de groep die een kortere afstand gelopen had. Weer andere mensen om even mee te kletsen dus. Uiteindelijk toch nog 27 km op de teller met een kleine 5600 hoogtemeters.

Terug bij Sorgenfrei was het tijd om alle spullen weer in de tas te pakken en de kamers weer enigszins toonbaar te maken. We waren allemaal ruim voor op schema, dus de kok mocht een stuk eerder aan de slag om de hongerige magen te vullen. Een lekkere pizzamaaltijd voor de terugreis ging er wel in. Tot slot was er nog tijd voor een afscheidswoord van Winfried van RunRorestRun en van de gastheer van Sorgenfrei.

Iedereen was het er over eens dat we, moe maar tevreden, terug konden kijken op een fantastisch weekend. Leuke mensen leren kennen, goede gesprekken gevoerd, grenzen opgezocht en verlegd en drie dagen genoten van sporten in een prachtige omgeving. Wie had kunnen voorspellen dat we nog echte winterse trails zouden lopen in april!

Hulde aan de organisatie van RunForestRun en aan de staf van Sorgenfrei. Ik kan het alleen maar van harte aanbevelen. Henrie, Linda, Eric en Walter bedankt dat jullie mijn kamergenoten waren. Samen snurkt het zoveel fijner 😄

Bergischer Wuppertraining

Het Bergische Land, net onder het Ruhrgebied bij Solingen, hebben we al eerder bezocht. Zo liepen Henrie en ik hier al een paar keer de Bergischer Wupper Marathon. De rivier de Wupper slingert zich door de heuvels van dit gebied. Vakwerkhuizen geven het geheel de look van ouderwetse ansichtkaarten. De stevige heuvels, en het feit dat het redelijk dichtbij is vanuit de Achterhoek, maken het tot een ideaal gebied voor een flinke heuveltraining.

Henrie, Heini en ik stapten ’s morgens om 8 uur in de auto. We hadden niet echt een fijne dag uitgezocht. Volgens de weerberichten stond er zo’n 15 mm neerslag op het punt om zich over onze hoofden uit te storten. Regenjas en regenbroek konden dus eindelijk weer eens uit de kast getrokken worden en we verheugden ons op serieuze modderpartijen. Ik kon me niet eens meer herinneren wanneer ik voor het laast urenlang in de regen gelopen had.

Half tien liepen we de paden op, maar de beloofde regen viel reuze mee en de temperatuur ook. Zo vanuit de auto meteen flink heuvelop zorgde er voor dat onze temperatuur flink omhoog gejaagd werd. Na een paar minuten was dan ook al tijd voor de eerste pauze, eerst even een shirtje er onder uit. De heuvels in het Bergische Land zijn hoger en steiler dan in bijvoorbeeld het Teutoburger Wald.  Een stevige klim werd dan ook al snel een minutenlange powerhike. Hierbij liepen Henrie en Heini steeds makkelijk bij me weg, die kunnen enorm snel hiken. Maar ze wachtten steeds boven op me en in de afdaling kon ik dan weer even bijkomen.

Het gebied is ook behoorlijk rotsachtig. Goed oppassen dus op de paden, want niet alleen boomwortels, maar ook stenen verscholen zich onder het blad. De modder viel nog mee, maar je kon wel merken dat het al weer een paar dagen wat geregend had. De stroompjes en beken klaterden weer en ook de Wupper stroomde weer aardig.

Na een 14 km dachten we een eerste stop te doen voor koffie, maar het etablissement was nog niet open. Verder dus maar weer, een reep achter de kiezen en wegspoelen met water, en weer door. De combinatie van powerhiken om hoog en rennen naar beneden en op de vlakke stukken ligt ons vrij goed en we schoten dan ook lekker op. Echt makkelijk ging het niet, Henrie had niet echt zijn dag en mijn benen voelden ook niet top. Maar er was ook geen reden om het op te geven, echte pijntjes of zo hadden we niet. Een goede training in mentale weerbaarheid dus.

Bij 21 km hadden we eindelijk een plek waar we warme koffie konden scoren.  Maar binnenkomen mochten we niet, als we niet ook de brunch wilden nuttigen. Dat wilden we niet, dus werd het een Kaffee-to-go zonder Kuchen. Jammer, maar het was wel echte Nederlandse Beukenhorstkoffie uit de Achterhoek. Dat maakte een hoop goed. 

Tijdens de koffiebreak besloten we dat 30 km een mooie afstand zou zijn voor vandaag. Gezien de vorm van de dag en de zwaarte van het terrein was het dan mooi genoeg. Zo gezegd, zo gedaan. We maakten nog een mooie slinger door de heuvels en stonden uiteindelijk na zo’n 31 km, een kleine 1100 hoogtemeters en 4:15 uur netto looptijd weer bij de auto. Niet slecht voor een doorsnee zondag. Lekker dagje buitengespeeld weer. En een mooie training in voorbereiding voor de Taunus Ultra begin Januari.

Klein Zwitserlandtrail-experience in Luxemburg

(door Eric Hoogerbrug)
Bij deze een verslag van de Klein Zwitserlandtrail-experience.
Als ‘s morgens om 4:30 uur de wekker gaat om voor een trail van 21,5km naar Luxemburg af te reizen, vraag je je af of anderen dan toch gelijk hebben dat je “het good wies kapot hebt”. Maar goed, niet piepen en d’ran! Om effe voor 5:30 uur staan Linda & Martijn voor de deur om op pad te gaan. Ondanks het feit dat Martijn door een enigszins stevige omhelzing van een stukje buitengebied van Aalten niet mee kan lopen, gaat hij toch mee als chauffeur. En gaat hij daar een stuk aan de wandel.

Na 3,5 uur rijden komen we (uiteraard als eersten) aan op het startpunt bij camping “officiel” in Echternach. Alwaar langzamerhand iedereen binnen druppelde en Dorethea (volgens de ingewijden zoals wel vaker) nèt iets later onder licht commentaar haar entree maakte.  Dit uiteraard tot vermaak van iedereen. Na een soort van briefing ging de hele groep inclusief 6 cani-trailers (wat een onwijs mooie, en vooral enthousiaste dieren waren dat) op pad voor wat een supergave trail zou worden. Na een meter of 300 was het voor mij de lange reistijd en het vroeg opstaan al ruimschoots waard! Ik kan jullie verzekeren dat de foto’s het nog niet voor 50% laten zien hoe indrukwekkend was in het echie!

De ene mooie rotspartij volgde de andere op, en de vergezichten, ondanks dat het bewolkt en heiig was, logen er ook niet om. Dorethea had iedereen gewoon vrij gelaten in of mensen sneller of langzamer wilden lopen en of mensen ook door de kloven en grotten onderweg wilden gaan.Dit resulteerde in een groep die alleen maar opsplitste omdat de honden nietoveral door of over konden en de cani-trailers een alternatieve route liepen. De andere groep bleef telkens weer op elkaar wachten  en bleef dus mooi bij elkaar. Geweldig om tussen steeds nauwer wordende kloofjes door te kruipen, met één kloof die zelfs maar 30 cm breed was. Dan heb je het voordeel dat je niet stevig gebouwd bent, en er gewoon tussendoor past. Ook een gangetje dat behoorlijk kruip door -sluipdoor was kon niet worden overgeslagen door mij en een medetrailer (zijn naam ben ik ff vergeten. Sorry, niks nieuws voor mij). De grot was geen probleem, maarde klim terug naar boven over gladde keien en bladeren was de echte uitdaging.Toen ik boven kwam en achter mij iets naar beneden hoorde stuiteren was hetgoed schrikken. Gelukkig was het niet de andere klimmer, maar een kei die hij vastpakte en losschoot.

Gezamenlijk kon de groep dus gelukkig weer verder via allerlei mooie single-tracks. Bleef wel oppassen met al dat blad op keitjes en boomwortels. Een loopster verzwikte haar enkel, maar kon gelukkig (met wat moeite) wel tot het eind mee. Sommige passages konden alleen via trappen worden genomen. Maar dan ook in iedere vorm. Steen, klei, hout, staal en ook in iedere (on)mogelijke combi van deze materialen. Met name het “rovershol” was geweldig met z’n stalen ladders en “echte mensenbotten”. Na 14 km was het tijd voor lunch in restaurant de Trail-inn (waar anders), alwaar de cani-trailers op ons wachtten.Na een paar koppen slappe koffie (het koffie apparaat had kuren, waar deeigenaar zich uitgebreid voor excuseerde) ging het weer verder. Onder het genot van de zang van een van de dames (nooit geweten dat de tekst van band aid was:  let them know it’s crisis time again) ging het even vol gas over asfalt de bult af, en daarna weer het bos in.

Hier volgden nog meer single tracks en heul veul, maar dan ook écht heul errug veul trappetjes elkaar op. Zelfs toen Dorethea een deel van de route bestempelde als beter niet ivm de veiligheid werd er unaniem besloten om rivierbedding die verwoest was door een vloedstroom in juni toch te proberen en als iemand het niet zag zitten gezamenlijk terug te keren. Dit werd naar mijn (on)bescheiden mening één van de mooiste delen van de route! Daarna nog even een lange trap naar boven voor het uitzicht op de camping waar we vertrokken en via een alternatief paadje weer terug naar de auto’s. Helaas waren de honden niet welkom in het nabij gelegen Youth hostel en werd er voor het eten gekozen voor terugkeer naar de Trail-inn. Daar werd er gezamenlijk nog even de dag door genomen en was iedereen meer dan dik tevreden! Complimenten voor de organisatie van Dorethea Bil dus!!

Montferlandtrail verkenning

Pling…Ik ga ook graag mee….Pling…Wij komen met zijn vieren… De replies stromen binnen nadat ik een uitnodiging op Facebook en WhatsApp  heb gezet. Ik had bedacht om het parcours van de Montferlandtrail te gaan verkennen, liefst met wat gezelschap. Want samen genieten van de natuur is nog leuker dan in je eentje trailrunnen. En daar waren meer mensen het mee eens, maar liefst 17 personen verzamelden zich op de parkeerplaats bij ’t Peeske in Beek afgelopen zondag.

Het was even kennismaken van tevoren, want er waren naast mijn AVA-clubgenoten ook een viertal van buurtclub Archeus en een aantal losse lopers. Er was zelfs een deelnemer uit Kleve, wat het meteen een internationaal gezelschap maakte. Het weer was super zonnig en het dreigde weer een hete zomerdag te worden, maar in het bos is het altijd beter. We spraken van tevoren af dat we het rustig aan zouden doen en netjes op de minst snelle zouden wachten indien nodig, daarna konden we los.

Een aantal mensen was al wel vaker in het Montferland geweest, maar kenden het bos niet aangezien ze altijd de Montferlandrun deden. Ook een mooie wedstrijd, maar dan mis je wel het mooiste gedeelte… Een mooie gelegenheid om dat goed te maken dus. Ik had de route van de Montferlandtrail van vorig jaar gepakt en een gedeelte van de 30 km wedstrijd in mijn handheld GPS gezet.

Meteen na de start ging het even steil heuvelop, ik hoorde het ineens stil worden achter me… Maar eenmaal bovenop ging de babbel al weer aan. We liepen in de schaduw van het bos en daar viel het nog mee met de temperatuur. Het was een heel diverse groep, zowel qua persoonlijkheden als loopvermogen. Maar dat maakt het juist zo leuk. Je kletst eens met iemand anders dan de mensen waar je normaal mee loopt. En aangezien je allemaal dezelfde hobby hebt is er genoeg om over te praten om een aantal uren te kunnen vullen.

De route liep heuvelop, heuvelaf door de Montferlandse heuvels. Niet supersteil, maar over het algemeen mooie glooiingen en af en toe een vinnig stukje. Je kon wel merken dat het al lang niet meer geregend had. Sommige paden waren heel erg mul en waar normaal de varens zo uitbundig groeien dat het bos een jungle look heeft, was het nu al bruin aan het worden. Als we een beetje vlot afdaalden hadden we zelfs een stofwolk achter ons. Net alsof we heel hard gingen…

De route was goed te volgen met mijn GPS, maar af en toe konden we de ingang van een klein paadje niet vinden en moesten we even zoeken. Dat was dan meteen een mooie gelegenheid om even te drinken, want de temperatuur liep behoorlijk op en het was erg dorstig weer. Ook konden degenen die het wat moeilijker hadden dan even uitpuffen. Twee dames besloten de route toch maar in te korten, maar over het grote geheel liep iedereen tot in de laatste kilometers lekker mee.

Een paar dames die meeliepen als marathonvoorbereiding hadden nog nooit over hele smalle singletracks gelopen en dat vonden ze best spannend. Het grootste gedeelte liepen we over iets bredere paden en kon iedereen makkelijk lopen. Het aantal struikel- en valpartijen bleef dan ook heel beperkt, zelfs ik bleef op de been.

Na een uur en drie kwartier hadden we de ronde er op zitten. Voor de liefhebbers had ik nog een kort lusje om de hoogtemeters wat op te krikken bedacht. De zandbult bij het Peeske is normaal al een uitdaging, maar nu leek het wel een woestijnduin. Omhoog voelde je de hitte door je schoenzolen branden, naar beneden veroorzaakten we een kleine zandstorm. De stof bleef lekker aan de bezwete benen plakken en veroorzaakte nog meer dorst.

De koffie met gebak na afloop op het terras van ’t Peeske smaakte na de inspanning dan ook heerlijk. We kletsten nog even lekker na terwijl we in de schaduw over de visvijver konden kijken. Het vakantiegevoel zat er goed in, maar we besloten toch maar naar huis te gaan voordat we aan bier of cocktails konden beginnen en de boel helemaal uit de hand zou lopen. Bedankt iedereen die mee heeft gedaan en tot de volgende keer.

Meer foto’s op Facebook

Vakantie trainingsloopjes

Mijn zomervakantie zit er al weer op. Deze keer een mooie autorondreis met het gezin gemaakt. Overdag rondrijden en van alles bekijken en ’s avonds overnachten in een hotelletje. Uiteraard gingen de sportspullen ook mee, er is immers geen betere manier om onbekend gebied te ervaren dan (hard)lopend. Deze keer had ik niet zulke grote trainingsplannen, ik had namelijk al een paar weken last van PHPD (pijntje hier, pijntje daar). Wat  looprust in de vakantie zou dus misschien best goed zijn. Lekker genieten van de rust en de omgeving en wat kortere trainingen stond er dus in mijn planning.

Na een eerste overnachting in Dachau kwamen we aan in Umag, in het noorden van Kroatië aan de kust. Met een temperatuur van een graad of dertig leek het me een goed idee om maar vroeg op te staan en een mooi duurloopje te doen in plaats van in de middag of avond. Na een stukje langs de haven en het oude stadscentrum trok ik het binnenland in. Met hulp van mijn handheld GPS kon ik de kleine paadjes volgen zonder te verdwalen. Het was een mooie omgeving, met verrassend rode aarde.  Vrij vlak gebied, dus veel kleinschalige landbouw met een grote diversiteit aan producten die geteeld werden. De zon deed goed zijn best en het zweet gutste al snel van mijn hoofd. Ik was blij dat ik ruim water meegenomen had in mijn trailvest. De boeren konden ook wel een beetje regen gebruiken volgens mij (maar dat kwam ’s avonds en de volgende dag helemaal goed met een enorm buienfront waaruit een flinke bak water viel). Na een kleine 15 km was ik weer bij het hotel, mooi op tijd voor het ontbijtbuffet.

Na een paar dagen relaxen aan de Kroatische kust gingen we via een geweldige toeristische route naar Plitvice Jezera, de meren en watervallen daar zijn wereldberoemd. Hier had ik gedacht ’s avonds nog even een rondje om één van de meren te rennen, maar de ticket office zat al dicht. Op mijn laptop zag ik echter een mooi stippellijntje door het bos aan de overkant van de weg dat wel open was voor toegang. Het bleek een bestaande uitgepijlde hiking route te zijn, maar niet veel gebruikt. Een prachtig smal trailtje voerde door een oeroud bosgebied. Vinnige klimmetjes en een overwoekerd pad met stenen en wortels maakte de route tot een flinke technische uitdaging.

Ik genoot met volle teugen, maar had wel afgesproken om redelijk op tijd voor het eten terug te zijn.  Even een berichtje sturen dat het een kwartiertje later zou worden dan maar. De tweede helft was beter begaanbaar en voornamelijk downhill, even lekker op snelheid afdalen dus. Vol concentratie en gaan, alleen maar kijken naar waar je je voeten neer kunt zetten en vooral niet kijken naar de dingen waarover je kunt vallen. Geen mens in het bos gezien, alleen vogels gehoord en een heleboel insecten. Prachtig rondje van 10 km (met 350 hoogtemeters). Mijn herstelbiertje was zeker verdiend voor die avond.

De volgende dag stond in het teken van de Plitvice meren en watervallen. Een echte aanrader voor iedere natuurliefhebber. De meren hebben hele mooie kleuren en de ene waterval na de andere waterval  stort zich naar beneden. Sommige een klein stukje en andere zijn metershoog. We zouden wandelen afwisselen met stukjes met een toeristentreintje, maar het ene treintje liep nog niet zo vroeg in het seizoen. Dat zorgde er voor de de te lopen afstand van 9 km naar 12 steeg. Een lekker flesje fris en een kipburger ging er daarna wel in.

Het tweede treintje zou ons naar het verste punt van het tweede grote meer brengen waarna we terug zouden lopen. Na vijf minuten sloegen de remmen van het treintje vast in de afdaling en de chauffeur kreeg er geen beweging meer in. Lopen maar weer dus. Het was een onwaarschijnlijk mooie route en we hadden het echt niet willen missen, maar toen we eindelijk weer terug in het hotel waren hadden we in plaats van de oorspronkelijk bedachte 9 km maar liefst 20 km gelopen. De behoefte aan een extra trainingsrondje was daarmee ook wel over…

 

De volgende dag ging de reis verder naar Bohinjska Bistrica in het Triglav Nationaal Park in Slovenië. Weer een dagje rijden door een mooie omgeving, heerlijk weer. Vakantiegevoel op zijn best. Vanuit het hotel keken we uit op een berghelling met wat kleine skipistes. Mooi om even naar boven te lopen. Met dank aan de gratis Open Topo Maps voor mijn Garmin GPS kon ik de kaart van Kroatië verwisselen voor die van Slovenië en op weg gaan. Eenmaal uit het dorp bleek de enige route te bestaan uit een klein asfaltweggetje dat alleen geschikt was voor voertuigen met vierwielaandrijving. Het hardlopen ging meteen over met een hellingspercentage van 15 tot 20% en een temperatuur van bijna 30 graden.

Na een flinke hike kwam ik aan bij de skipiste en wilde ik recht omhoog. De boer die aan het hooien was zwaaide vriendelijk en ik ging voortvarend omhoog door de wei. Na een kwartiertje hield het stuk op waar de boer gemaaid had en begon een kruiden weide waar doctor Vogel blij mee zou zijn. Ik liep me helemaal vast in allerlei planten die tot kruishoogte kwamen. Ondertussen kwamen er ook donderwolken over de berg heen. Tijd voor een strategische terugtocht… Recht over de skipiste weer helemaal naar beneden, tot vlak bij het dorp duurde maar een derde van de tijd die ik nodig had gehad om boven te komen. Ruim zes kilometer, maar wel 270 koogtemeters op de teller.

In Cortina (Italië) was ik een paar jaar geleden al eens eerder voor een wedstrijd. Een mooie gelegenheid om weer even wat herinneringen op te halen tijdens een trainingsrondje. Helaas was het zicht de hele dag al slecht door regenbuien, maar ’s avonds klaarde het wat op. Na een flinke klim door het bos kwam ik op een plek waar het zicht op de toppen  mooi was. De Dolomieten op zijn best. Weer een kort rondje, bijna 7 km deze keer, met 360 hoogtemeters. En de terugweg steil langs het onderhoudspad van de kabelbaan naar beneden, dus flink stijve spieren de volgende dag.

Het laatste trainingsloopje tijdens onze reis liep ik in Ruggell (Liechtenstein). Het had de hele dag geregend, maar ’s avonds klaarde het net op tijd op.  Een heuvelruggetje vergelijkbaar met de Lochemse Berg lag op korte afstand van het hotel  en werd dus mijn doel van de dag. Het bleek inderdaad een mooie heuvel te zijn, maar wel iets hoger dan ik dacht. Des te meer plezier dus, maar mijn benen begonnen wat tegen te sputteren. Rustig aan doen dus maar.

Prachtige oude bossen met veel wild. Reeën, roofvogels, ooievaars, van alles zag ik op mijn tripje. Mijn route voerde langs  wat eeuwenoude resten van een versterkte vesting en oude boerderijen. Mooi om ook wat cultuur mee te pakken tijdens een loopje. Bijna 14 km met 360 hoogtemeters deze keer.

Toch weer mooi een aantal landen toegevoegd aan het lijstje met landen waar ik ooit gelopen heb. Niet dat ik echt een lijstje heb wat ik af wil werken, maar het is wel een leuk idee. Een heleboel nieuwe indrukken opgedaan en genoten van de vele uitzichten en het natuurschoon onderweg. Naast het lopen uiteraard ook nog een heleboel andere leuke dingen gedaan. Naar een spectaculair waterglijbanenpark geweest, voor het eerst wezen suppen, prachtige grotten bekeken in Slovenië. Gewoon een mooie vakantie gehad dus.  Van mijn klachtjes had ik minder last dan ik gedacht had tijdens het lopen, dat is mooi natuurlijk. Hopen dat ik weer op kan bouwen naar een mooie wedstrijd binnenkort.

 

 

 

Hermannsweg wordt Hermannsweggetje

(door Henrie Drenthel)

Een paar maanden geleden gaf Heini Rave aan wel eens een keer de Hermannsweg te willen lopen, een lange-afstandpad in het Teutoburgerland van Rheine naar Leopoldstal over een afstand van een kleine 160 km. Nu kwam er bij mij qua planning en rooster ineens het Hemelvaartweekend naar voren en de plannen voor de vrijdag na Hemelvaart waren al gauw gemaakt. Vrijdagmorgen om 6.00 uur zouden we starten in Rheine en dan doorlopen tot het eindpunt in Leopoldstal om daar de trein weer terug naar Rheine te nemen.


Echter, afgelopen woensdag gaf Heini al aan wat last te hebben van een onwillige lies, en donderdag kwam het vervelende bericht dat hardlopen, zelfs dribbelen, niet mogelijk was. Dan kun je zo’n tocht echt wel vergeten.
Wat nu? Gauw maar even André benaderd, want hij door allerlei omstandigheden niet de mogelijkheid om de hele geplande route mee te gaan maar misschien was hij wel te porren voor een korter stuk. Duurde niet lang, of het aangepaste plan lag voor. André gaf aan wel 30 à 40 km te willen lopen en ikzelf dacht toen nog wel aan minimaal 80 km.
We gaan starten om 8.00 uur in Bad Iburg en volgen de route dan zuid-oostelijk richting Borgholzhausen. Circa 20 km heen en via dezelfde weg weer terug kom je op zo’n 40 km als je weer bij de auto’s bent.
Klokslag 8.00 uur lopen we weg en eerst gaat het een stukje door Bad Iburg, lekker vals plat naar beneden tot we naar anderhalve kilometer het bos in duiken. Daar klimmen we gelijk naar de bovenzijde van de graat waar de Hermannsweg hoofdzakelijk uit bestaat. Het gaat op en af, de ondergrond ligt bezaaid met allerlei vervelende, puntige stenen, maar eigenlijk raak je daar ook wel weer snel aan gewend.


Ik had mij echt voorgenomen het toch vooral rustig aan te doen om de geplande 12 tot 15 uur eens lekker door te komen. De poging was er wel maar de uitvoering was achteraf toch onvoldoende zou blijken.
Na een kilometer of 10 komen we bij een tankstelle in het plaatsje Hilter am T.W. en trakteren ons daar op een lekkere Kaffe-to-Go, die we wandelend bergop mooi op kunnen drinken. Ik zie dat na deze koffiepauze en twee sanitaire stops ons gemiddelde nog op 7,5 km/uur ligt. Oftewel een stuk hoger dan mijn vooraf geplande 6 km/u. Maar ja, het gaat (nog) lekker, dus zal het wel meevallen.


Bij 17 km komen we bij Fernsehturm Dissen, deze is toegankelijk voor publiek, dus wat doe je dan? Natuurlijk, je klimt via een lange spiltrap naar de top om daar van een prachtig uitzicht te genieten. Hierna gaat het verder richting Borgholzhausen en nemen we op een splitsing een kleine pauze en eten en drinken wat voor de terugweg. Hier hebben we de kans om een afwijkende route te nemen en dat gaat best goed totdat het pad dat op een afkorting lijkt er niet meer is. Dus dan maar even een stukje Bushwacking, ook altijd leuk. Verderop passeren we de toren weer en na het afwisselend heel warm en dan weer koud te hebben lopen we weer richting ‘ons’ tankstation. Toch maar weer even een koffie mee pakken, want er wacht ons een lange klim van ruim 1,5 km. Al keuvelend komt bij ons beide het gevoel naar boven dat het beste er wel af is. De klimmetjes moeten nu echt allemaal gewandeld worden. Eindelijk komt daar Bad Iburg in zicht en wat vanmorgen nog een lekkers stuk vals plat was is nu in omgekeerde richting een vervelende rotklim.
Na exact 6 uur zijn we weer terug bij de auto en hebben er ca 41 km opzitten. Tijd voor een goede pitsstop. André gaat omgekleed huiswaarts want hij heeft nog andere verplichtingen en na een kwartiertje rust en een droog shirt vervolg ik mijn weg weer de Hermannsweg op in westelijke richting.


Pfoeh, dat valt niet mee zeg. De benen stijf na de pauze en de eerste twee kilometer gaan alleen maar omhoog. Ik ken dit stuk nog van de Teutolauf die ik daar al een paar keer gelopen heb en weet nu waarom het daar in de race altijd zo makkelijk ging, is namelijk precies tegengesteld en dus lekker bergaf. Met een uurtje kom ik langs Waldrestaurant Malepartus, maar ik heb nu nog geen trek en besluit deze de terugweg te nemen.
Ondertussen ga ik verder maar het wil voor geen meter meer. Het speed-hiken gaat nog wel maar dribbelen lukt alleen nog bergaf. Voor de rest eigenlijk geen klachten dus maar gewoon doorgaan. Na een kleine twee uur vind ik het wel mooi geweest, heb geen zin meer nog helemaal richting Tecklenburg te gaan en besluit terug te gaan. Via een afwijkende route en een lusje kom ik uitteindelijk bij Malepartus aan. De zon schijnt nog lekker op het terras en ik doe me tegoed aan een alcoholvrije Radler en een Pfannkuchensuppe, heerlijk, daar knap je van op.


Het laatste stukje terug naar Bad Iburg is weer goed te doen, gaat hoofdzakelijk bergaf.
Bij de auto geeft de Garmin ca 61 km aan, heb ik nog mooi extra 20 km gepakt die volgens zeggen van André mentaal dubbel tellen. Ik geloof het direct maar in m’n benen tellen ze wel driedubbel.


Het blijkt toch maar weer dat je het enthouiasme in begin moet temperen om later niet jezelf tegen te komen. Het was weer een goed leermoment en je bent nooit te oud om een beginnersfout te maken. Al met al een heerlijke trainingsdag met perfect loopweer, wat wil je nog meer.

Genieten in het hoogveen (deel 1)

In mijn trainingsgebied bevinden zich een paar heel bijzondere stukjes natuurgebied waar ik altijd enorm van kan genieten. Het gaat hier om een paar van de zeldzame stukjes hoogveen-gebied die nog te vinden zijn in de Achterhoek en Twente. Hoogveen was tot pakweg een eeuw geleden overal te vinden in Twente en de Achterhoek, maar is door turfwinning en ontginningen ten behoeve van de landbouw grotendeels verdwenen. Verdroging door afwatering en verbossing zorgden er voor dat de overgebleven stukjes zwaar in de verdrukking kwamen.

Door ingrijpen van natuurorganisaties wordt de waterstand nu hoog gehouden en verdere verdroging tegen gegaan. Hierdoor groeit de laatste jaren het veenmos weer langzaam terug en zie je de variatie in flora en fauna weer toenemen. Prachtige gebieden om rond te lopen, hoewel het vaak relatief kleine rondjes zijn, aangezien deze natuurgebieden maar klein zijn.

Net over de grens met Duitsland bij Groenlo bevind zich het Zwillbrocker Venn. Vanaf de parkeerplaats bij het beroemde barokkerkje in Zwillbrock ben je zo op het ‘rondje Zwilbrocker Venn’, een wandelroute om het veen. Je kunt hier op diverse plekken ook informatie vinden en in uitkijkpunten rustig kijken naar de grote hoeveelheden meeuwen die in het voorjaar in grote getale aanwezig zijn. Ook is hier de enige kolonie flamingo’s te vinden die hier in het voorjaar broeden. Ik combineer het rondje om het veen altijd met een rondje Leemputten aan de Nederlandse kant van de grens. Dit natuurgebiedje met waterplassen is ontstaan nadat er gestopt is met de afgraving van leem voor de steenfabrieken en ligt meteen naast het Venn. De route zie je hier op Strava.

Erg mooi rondje in alle jaargetijden. Dit fotoalbum op FB maakte ik eens in de herfst. Dan zie je vaak ook enorm veel trekvogels die even een tussenpauze houden. Diverse soorten ganzen, eenden  en andere watervogels kun je dan zien. De meeuwen en flamingo’s verdwijnen in het begin van de zomer al weer, nadat ze hun jongen grootgebracht hebben.

Mijn rondje om het Venn en de Leemputten is ongeveer 11 km. Voordeel is dat je door sommige lussen vaker te lopen (of in tegengestelde richting nog eens) de training kunt uitbreiden qua lengte zonder dat het vervelend rondjes rennen wordt. Tip: op zondag na kerktijd wandelen er veel Duitse gezinnen rond. Wil je een rustig rondje lopen, ga dan eerder of op zaterdag.

In een volgend stukje wil ik de grens naar Twente oversteken en het Buurserzand en Haaksbergerveen onder de aandacht brengen. In een vorig stukje kwam het Korenburgerveen/Vragenderveen al aan de orde

 

 

 

Trailtraining met AVA-LAG groep

 

Afgelopen zondag hebben we een mooie ronde over de Posbank gelopen met een grote groep AVA-langeafstand liefhebbers. Voor sommigen de eerste kennismaking met een trail in heuvelig gebied. En een pittige kennismaking was het, we hadden grofweg het parcours van de Klein Zwitserlandtrail. Pittig rondje door het bos dus. Nadat de groep van de kortste afstand door Henrie terug naar de parkeerplaats gebracht werd, liep de rest verder op zoek naar de bloeiende heide die beloofd was. En ook die werd gevonden en uitgebreid bewonderd.

Ergens bovenop een heuvel in de heide vonden we Henrie terug. We hadden een mooi gezelschap, maar slechts een klein gedeelte er van pakte ook de laatste lus nog mee om de 30 km vol te maken. De rest ging naar de koffie en het appelgebak. Jammer want nu hebben ze wel onze ontmoeting gemist met een flinke slang (adder denk ik) De slang maakte dat hij weg kwam, aangezien Erwin er bijna bovenop viel.

Ondanks wat vallen en struikelpartijen kwamen we toch uiteindelijk weer op de parkeerplaats uit waar onze auto’s stonden. Uiteraard mochten wij ook nog even de verloren calorieën aanvullen voor we weer naar huis gingen. Wat een prachtige dag! Dat moeten we vaker doen.