Winters Trailkamp Harz

Eind vorig jaar was ik me aan het oriënteren op een groter evenement in het voorjaar. Toen ik de aankondiging van RunForestRun zag voor een drie daags trailkamp in de Harz was ik meteen geïnteresseerd. Ook een aantal trainingsmaatjes leek het wel wat en zo kon de voorpret beginnen. Vorige week was het dan eindelijk zo ver. Met drie man en één vrouw in één auto was het een gezellige boel. Walter had alle bagage in zijn auto en bezocht nog even een potentiële klant op de heenweg.

Na een flinke reis kwamen we aan in de Harz, in de vroegere DDR. Ferienheim Sorgenfrei zag er uit alsof het sinds de val van de muur niet veranderd was. Maar dat was ook wel de charme er van. We lachten ons een deuk om de ‘oude meuk’ qua inrichting, maar het was schoon en het personeel was heel vriendelijk en als snel stonden de eerste pullen bier voor onze neus. Er zouden er nog veel volgen…

We waren vrij vroeg, maar de overige deelnemers kwamen ook bijtijds. Het was een bont gezelschap, waarvan ongeveer de helft dames. Het Noorden en Oosten van het land was goed vertegenwoordigd, maar ook uit de rest van het land en België kwamen deelnemers. Een mooie mengelmoes aan accenten en persoonlijkheden, maar al snel bleek iedereen het goed met elkaar te kunnen vinden en het werd een gezellige boel. Met allemaal dezelfde hobby wil dat meestal wel lukken.

De volgende ochtend stond de Oost Harz op de agenda. We hadden de lange route met het Bodetal en de Teufelsmauer in de planning, dus op tijd uit de veren. Afhankelijk van vorm en de tijd die we nodig hadden konden we eventueel inkorten. Met Winfried Bats als begeleider van de lange afstand groep begonnen we vanaf de Hexentanzplatz en daalden we af in de kloof naar de Bode. Uiteraard moet je dan ook weer omhoog klauteren. De Rosstrappe was hierbij letterlijk een hoogtepunt. Wat een prachtige omgeving met schitterende rotspartijen en geweldige paadjes.

Het uitzicht was helaas zeer beperkt doordat het zwaar bewolkt was en zelfs af en toe wat droge poedersneeuw naar beneden kwam. Het was ook behoorlijk fris, maar een paar graden boven nul. Maar daar kun je je op kleden en echt koud had ik het niet. Ik had al wel snel door dat ik geen topdag qua lopen had. Gewoon geen goede benen. Beetje jammer, maar gewoon doorlopen dus.

Na het Bodetal kwam er een lang segment waar goed doorgelopen kon worden richting een heuvelrug waar prachtige rotsformaties ineens uit de grond omhoog komen. Ik kan me goed voorstellen waarom het de Teufelsmauer heet. De verschillen in loopsnelheid kwamen hier wel wat meer naar voren. Ik hobbelde dan ook vol goede moed, maar wel een beetje achteraan in de groep. Mooie momenten om even een foto te maken natuurlijk.

Erwtensoep met Bockwurst bij een standje op een parkeerplaats hielp me door het zoveelste dipje van de dag en uiteindelijk kwamen we na ruim 41 km en bijna 1200 hoogtemeters terug bij de auto’s. Omdat sommigen toch nog de marathon vol wilden lopen of extra hoogtemeters wilden maken, doken die nog een keer de kloof in. Ik ging ondertussen met enkele anderen alvast genieten van de warme chocolademelk in de bar van het hotel ter plekke.

Dag twee stond de Brocken op het programma, maar het prachtige uitzicht op de 1140 meter hoge top konden we wel op onze buik schrijven. ’s Morgens sneeuwde het namelijk en er werd nog meer verwacht. Na de tocht van gisteren had ik goed gegeten en voldoende herstelbiertjes genuttigd. Ik hoopte dan ook op een wonderbaarlijke wederopstanding, zeker gezien de hoeveelheid klimmen die te wachten stond. De groep was bijna hetzelfde als de dag er voor, met wat aanvulling.

Dag 1 had ik vooral moeite met de lange loopstukken, maar daar hadden we dag 2 weinig last van. De route was bijzonder pittig te noemen met 10 tot 20 cm poedersneeuw en flinke klimmen door het bos. De prachtige singletracks waren hierdoor moeizaam te vinden of bezaaid met omgevallen bomen waar we overheen of onderdoor moesten klauteren. Op sommige stukken was er geen doorkomen aan en moesten we een weg er omheen zoeken met behulp van onze gps-handhelds.

Bushwacken in optima forma door een kerstkaartenlandschap dus, ik had de hele morgen een dikke smile op mijn gezicht. Met kilometertijden van soms maar 22 minuten schoot het echter niet op. Walter was wat geblesseerd aan zijn knie en wandelde verder met Henrie. Dat konden ze echter in zo’n tempo dat de rest in de klimmen gewoon achterbleef. Pas op stukken waar het weer loopbaarder werd konden we ze dan weer inhalen.

Op een bepaald moment in de route besloten we een kleine afkorting te maken om wat tijd goed te maken. Een kleine groep splitste zich af om toch de lange route te doen, maar het leek me beter om een kortere route te kiezen. Na een mooi stuk lopen op een lang stuk vals plat naar beneden, waarbij de poedersneeuw door de lucht vloog, kwamen we bij de lange klim naar de top van de Brocken via de achterzijde.

Poeh, wat een lange taaie steile klim was het. Mijn stokken bleven steeds haken in de richels tussen de betonbalken van de tankbaan uit de tijd van de koude oorlog waar we op liepen. Het werd ook steeds kouder, meer wind en het zicht steeds minder. Ik kreeg ook steeds meer honger, maar had vanwege de kou geen zin om te stoppen en wat uit mijn rugzak te pakken. Op de top van de Brocken zagen we het restaurant pas toen we op 100 meter afstand waren.

Het was dan ook echt super om even lekker warm binnen te zitten en je te goed te kunnen doen aan een warme maaltijd en een grote cola. Ongelofelijk druk was het ook, met allemaal dagjesmensen die met de stoomtrein naar boven gekomen waren. Ook de anderen van onze groep en de groep van de kortere afstand kwamen we hier weer tegen.

Nadat we uitgegeten waren maakten we ons op voor het laatste stuk naar de auto. Met iedere 100 meter die we daalden werd het weer beter en uiteindelijk stonden we na 37 km weer op de parkeerplaats. Ik was er ook wel klaar mee. Ik voelde me weliswaar beter dan de dag er voor, maar voelde nog wel de gevolgen van die dag. Maar het was weer een geweldige dag geweest en we hadden ’s avonds weer een heleboel te vertellen bij het eten. Met alle herstelbiertjes van die avond moest de derde dag wel een topdag worden…

De derde dag wilden we een iets kortere afstand lopen, om weer enigszins fit aan de terugreis te beginnen. Een totaal van iets meer dan 100 km over drie dagen was mooi genoeg. Het weer was een stuk beter dan de dag er voor, de zon scheen zelfs. De West Harz gingen we verkennen. Ons groepje was inmiddels een soort van vaste groep geworden. Begeleiding hadden we niet, maar ook niet echt nodig.

De route begon door een geweldig mooi gebied. Eerst flink dalen en klimmen maar ook met behoorlijk loopbare stukken er tussen. De gemiddelde snelheid lag de eerste uren dan ook een stuk hoger dan tijdens het geklauter door het bos de dag er voor. In het zonnetje was het heerlijk, handschoenen, buffs etc. konden uit en jasjes gingen uit.

Halverwege sloeg het weer echter weer om, de temperatuur duikelde ineens weer naar beneden en de wind was guur. Alle kleding kon weer uit de rugzak gehaald worden. Doordat er behoorlijk doorgelopen kon worden kregen we het gelukkig niet echt koud maar op een gegeven moment vond ik het wel genoeg. En ik was niet de enige, dus een extra lusje sloegen we maar over. In het laatste stuk naar de auto’s liepen we weer gedeeltelijk samen met de groep die een kortere afstand gelopen had. Weer andere mensen om even mee te kletsen dus. Uiteindelijk toch nog 27 km op de teller met een kleine 5600 hoogtemeters.

Terug bij Sorgenfrei was het tijd om alle spullen weer in de tas te pakken en de kamers weer enigszins toonbaar te maken. We waren allemaal ruim voor op schema, dus de kok mocht een stuk eerder aan de slag om de hongerige magen te vullen. Een lekkere pizzamaaltijd voor de terugreis ging er wel in. Tot slot was er nog tijd voor een afscheidswoord van Winfried van RunRorestRun en van de gastheer van Sorgenfrei.

Iedereen was het er over eens dat we, moe maar tevreden, terug konden kijken op een fantastisch weekend. Leuke mensen leren kennen, goede gesprekken gevoerd, grenzen opgezocht en verlegd en drie dagen genoten van sporten in een prachtige omgeving. Wie had kunnen voorspellen dat we nog echte winterse trails zouden lopen in april!

Hulde aan de organisatie van RunForestRun en aan de staf van Sorgenfrei. Ik kan het alleen maar van harte aanbevelen. Henrie, Linda, Eric en Walter bedankt dat jullie mijn kamergenoten waren. Samen snurkt het zoveel fijner 😄

Taunus Medium Ultra

Om te voorkomen dat een korte winterpauze in een complete winterslaap doorschiet plannen Henrie en ik vaak een wedstrijd begin Januari. Dan heb je in ieder geval een stok achter de deur om toch je loopkloffie aan te trekken als het weer eens ’s avonds donker en regenachtig is. Vorig jaar deden Henrie en ik voor het eerst mee aan de Taunus Ultra, een kleinschalige van A naar B loop over de Taunus Hochstraβe. Het verslag hiervan kun je hier nog eens nalezen.

Dit jaar had organisator Bert met zijn vrouw Jessyca een ronde uitgedacht van 50 km of 70 km door het Taunus gebied. Start en finish bij een jeugdherberg, met een pizzeria op 500 meter loopafstand. Aanreizen op vrijdagmiddag, zaterdags lopen en dan zondagochtend na het ontbijt weer naar huis, en dat voor een klein prijsje. Naast Henrie en mijzelf ging ook Eric mee, die wilde graag zijn verst gelopen afstand naar boven bijstellen. We gingen voor de 70 km, voor mij ook een lange tijd geleden dat ik zo’n eind gelopen had.

ouderwets stapelen met zijn allen

Na een vlot verlopen reis reden we het laatste stuk naar de jeugdherberg door de sneeuw, zou het dan toch winterser worden dan we gedacht hadden? Zoetjes aan kwamen er steeds meer lopers binnen, zelfs nog twee Nederlanders. Sjaak en Liesbeth zouden de 50 km lopen. We gingen met zijn allen naar de pizzeria, die daarmee ineens bijna vol zat. Een mooie manier om kennis te maken met de andere deelnemers, of even bij te kletsen met bekenden.

Er was verder niets te doen in de jeugdherberg (er was zelfs geen TV te vinden en Wifi-ontvangst was alleen in de centrale ruimte beschikbaar. Blij met 4G internet!). Tijd genoeg om de rugzak in te pakken en vooral de kledingstrategie goed door te nemen. Met een temperatuur van 2-4 graden in het dal, regen en mogelijk sneeuw moesten we natuurlijk ruim extra kledingstukken meenemen voor geval van nood. Mocht er wat gebeuren dan lag onderkoeling op de loer en het kon wel even duren voor je gered zou kunnen worden. De rugzak was dan ook zwaarder dan me lief was, maar beter mee verlegen dan om verlegen.

Na het ontbijt hadden we nog een korte briefing en daarna werden we op pad gestuurd. Geen linten, geen pijlen, de hele route zouden we zelf met onze GPS handheld moeten vinden. Precies wat we leuk vinden dus. Vol goede moed liepen we de sneeuw in en meteen een leuke klim op. We hadden met ons drietjes meteen onze plaats achteraan in het peloton gevonden.

lange klimmen…

Na de eerste klim ging het een tijdje redelijk naar beneden. Mooie gelegenheid om in het rustige ritme te komen dat nodig zou zijn om deze klus te klaren. Na een eerste glijpartij op mijn billen waren we gewaarschuwd. Verder in het dal lag er gelukkig geen sneeuw meer, het was alleen wat modderig. Mijn koude natte achterwerk werd al snel weer warm door de eerste lange klim. Zulke lange klimmen vind je nergens in Nederland.

Ik was blij dat ik mijn stokken meegenomen had. Zo kon ik Henrie nog een beetje bijbenen, die is nl. een veel betere klimmer. Gespierde spijker Eric kon ook behoorlijk vlot omhoog met zijn gloednieuwe stokken en zo maakten we behoorlijk progressie. Voor vlaklanders dan, want bij de eerste verzorgingspost op 16 km bleken we alleen niet de laatste te zijn omdat twee andere deelnemers verkeerd gelopen waren. Lekker warme en mierzoete vruchtenthee, marsen, winegums, van alles lag er klaar om ons op krachten te houden. Ik stak een paar marsen in de zakken van mijn Fusion broek, lekker makkelijk te grijpen onderweg en smelten deden ze niet met dit weer.

enthousiaste vrijwilligers

Halverwege verzorgingspost één en twee, net voor de lange klim naar de top van de Altkönig wisten we nog bij een Waldcafe een bak koffie en warme choco to go te regelen. Slurpend van onze lekkere warme drankjes liepen we de berg op. Maar de klim was wel zo lang dat de bekers al lang leeg waren voor we zelfs maar halverwege waren. Een beste klim was het, tot in de wolken. Het uitzicht bovenop was dan ook heel erg beperkt. In de zomer en bij mooi weer ongetwijfeld een enorme toeristentrekker. De redelijk steile en lange afdaling die er op volgde vroeg ook behoorlijk wat van de beenspieren. We waren blij dat VP2, op 36 km, in beeld kwam en dat we weer even bij konden tanken.

Na weer een supergoede verzorging door de vrijwilligers gingen we weer op pad, nu officieel als laatsten in koers. Het ging meteen weer steil omhoog het bos in en we raakten even het spoor bijster. Door wat bushwacking kwamen we weer op de route die de GPS aangaf. Na een mooie afdaling bleken we echter weer bij de plek te staan waar een uur eerder VP2 stond. We hadden de route wel gevonden, maar waren domweg de verkeerde kant op gelopen! Wat nu?

Nog een keer de route lopen zou minstens een uur, misschien wel anderhalf uur vertraging opleveren. En we zouden al laat binnen zijn en dus urenlang in het donker in de regen moeten lopen. We besloten daarom een alternatieve route te kiezen en daarmee het tijdverlies te beperken. Een route werd bedacht en vol goede moed vervolgden we onze tocht. Na een tijd lopen bleek de route die we bedacht hadden echter dwars over een bergrug heen te voeren, waar de oorspronkelijke route daar meer omheen draaide.

af en toe best lastig lopen

Qua hoogtemeters kwamen we zeker niet tekort, we moesten af en toe even een heuvelruggetje dwars oversteken om de richting te houden en niet te veel uit koers te raken. De bestaande paden liepen allemaal de verkeerde kant op. Sporen van bosbouwvoertuigen die recht omhoog voerden bleken prima als pad te kunnen fungeren, afgezien van de vele takken, boomstronken en wortels die er dan lagen. Beter dan door de braamstruiken….

uitzicht net iets meer dan nul

Met een telefoontje naar organisator Bert lieten we weten dat we VP 3 oversloegen en dat de vrijwilligers daar niet op ons hoefden te wachten in de regen die inmiddels niet meer ophield. Het werd een bijzonder avontuurlijke tocht en we vermaakten ons eigenlijk prima, maar we moesten nog regelmatig onze route aanpassen om weer een beetje in de richting te komen van de officiële route.

De benen begonnen wel behoorlijk stijf te worden van alle geklauter en ik voelde een paar blaren opkomen door de hele dag met natte voeten te lopen. In het dorpje Glashütten stopten we nog één keer bij een bankje. Even wat eten, nieuwe batterijen in de GPS en om de koplampjes op te zetten. Het werd inmiddels donker en het weer verslechterde. We waren niet erg rouwig om het feit dat we de route iets afgekort hadden. Anders hadden we nog een paar uur door de natte sneeuw kunnen lopen die nu begon te vallen.

donker en nat op de laatste klim

De laatste klim was de beroemde Groβer Feldberg, het hoogste punt in de regio. Een vervelend steile klim van ruim anderhalve kilometer door de natte slush, met natte sneeuw die in je gezicht vloog en ook nog eens mist die het licht van je lichtbundel verspreidde tot een lichtvlek voor je gezicht. Een echte uitdaging dus. En eenmaal bovenaan was het niet lekker met een eindsprint naar de finish… nee, met je zere bovenbenen mocht je ook nog eens via de glibberige skihelling naar beneden. En dan, eindelijk na 10 uur en bijna 60 km lopen, met daarin bijna 2000 meter klimmen waren we binnen. De klus zat er op! We hadden weliswaar een soort van medium loop gedaan door precies tussen de 50 en de 70 km uit te komen, maar we waren er blij mee.

Een hartelijk ontvangst door Bert en Jessyca was ons deel en een heerlijk warme douche zorgde er voor dat we ons weer mens voelden. Her en der druppelden nog deelnemers binnen die wel de 70 gelopen hadden, sommigen hadden zelfs 80 km gehaald door ook fout te lopen. Ook de 50 km lopers die binnenkwamen hadden diverse afstanden op hun horloge staan. De omstandigheden waren blijkbaar redelijk gunstig om aan het dwalen te komen. Maar niemand die zich er over beklaagde, sterker nog, het leek meer iets om trots op te zijn.

Op de top even weer een reepje pakken

Je wist immers voor de start waar je aan begon. Verkeerd lopen is eigen schuld, een oplossing zoeken is je eigen verantwoording. Soms betekent dat meer kilometers en soms minder. Toch maakte de organisatie zich wel zorgen toen wij terugkwamen van de pizzeria en er alleen nog twee Holländer onderweg waren. Gelukkig waren het ervaren rotten die uiteindelijk ook zonder kleerscheuren bij de finish kwamen.

Na het ontbijt de volgende ochtend reden we door de stromende regen weer naar de Achterhoek. Het was nog slechter weer dan de dag er voor. Toch nog enigszins geluk gehad met het weer dus. Stijf en stram, maar vol mooie herinneringen en sterke verhalen keerden we huiswaarts. Op naar het volgende evenement.

de route

André

Filmpje van de route op Relive
De route die wij gevolgd hebben op Strava



Hete Ketelwaldtrail 2018

(door Eric Hoogerbrug)

Ketelwaldtrail 2018 in het altijd gezellige Milsbeek. Wat een lekker rustig aan 17 km trailrondje zou worden, werd 1,5 week geleden toch maar omgezet naar een 33 km ronde. Maar dan komen de weersvoorspellingen….31 graden met volle bak zon… Lekker dan, ga je met je goeie gedrag! Maar ja, wie A zegt moet ook zweet zeggen of zo.

Dus vanmorgen met Sandra, Nico, en Judith om 8:45 uur op pad om er voor de volle 100% van te genieten. Ruim op tijd om Henry nog even te spreken die de 33 km alvast vroeger had uitgeprobeerd in verband met een feestje later op de dag, maar ineens door de op het vroege tijdstip nog ontbrekende splitsingsbordjes met 20 km alweer back to base was. 


Dan valt dan toch het startschot…uuhm bel dus. En gaat het 33 km peloton op pad, de anderen moeten nog even geduld hebben voor hun startmoment. De lichaamstemperatuur loopt vlot op en de bijbehorende klotsende oksels laten ook niet lang op zich wachten. Maar met zo’n mooi parcours en goede verzorgingsposten onderweg (zelfs met tuinslang om de kop even af te koelen) gaat het boven verwachting goed. Dat er hoofdzakelijk in het bos, dus schaduw word gelopen is ook niet echt vervelend. Bij 27 km begint het dan toch te regenen. Dit is ook volgens de lopers om mij heen erg welkom…maar dan ook ècht heel erg welkom!

Op één punt was er even verwarring waarheen gelopen moest worden ivm ontbreken van borden en/of linten. Maar gelukkig had ik de pas aangeschafte gps mee mét de gedownloade route er in en is het spoor weer snel gevonden en kunnen we richting de finish! Maar dan slaat op 1 km voor deze finish het lot toch nog even toe….Kent u dat, kramp in de hamstring? Hoop dat de kindjes in de buurt hun oren even dicht hebben gehouden, wat ik daar gezegd heb was niet echt geschikt voor herhaling…
Na een minuut of 10 rekken en strekken maar weer voorzichtig dribbelen en rustig aan naar de eindstreep.

Daar werd ik opgewacht door de andere leden van het Ava trailcollectief, die hun prestatie al vol verve hadden volbracht. AVA-lid Mathias was zelfs tweede op de 33 KM geworden! Al met al weer een geslaagd trailfeestje met een gezellige club mensen. 

 

Hermannsweg wordt Hermannsweggetje

(door Henrie Drenthel)

Een paar maanden geleden gaf Heini Rave aan wel eens een keer de Hermannsweg te willen lopen, een lange-afstandpad in het Teutoburgerland van Rheine naar Leopoldstal over een afstand van een kleine 160 km. Nu kwam er bij mij qua planning en rooster ineens het Hemelvaartweekend naar voren en de plannen voor de vrijdag na Hemelvaart waren al gauw gemaakt. Vrijdagmorgen om 6.00 uur zouden we starten in Rheine en dan doorlopen tot het eindpunt in Leopoldstal om daar de trein weer terug naar Rheine te nemen.


Echter, afgelopen woensdag gaf Heini al aan wat last te hebben van een onwillige lies, en donderdag kwam het vervelende bericht dat hardlopen, zelfs dribbelen, niet mogelijk was. Dan kun je zo’n tocht echt wel vergeten.
Wat nu? Gauw maar even André benaderd, want hij door allerlei omstandigheden niet de mogelijkheid om de hele geplande route mee te gaan maar misschien was hij wel te porren voor een korter stuk. Duurde niet lang, of het aangepaste plan lag voor. André gaf aan wel 30 à 40 km te willen lopen en ikzelf dacht toen nog wel aan minimaal 80 km.
We gaan starten om 8.00 uur in Bad Iburg en volgen de route dan zuid-oostelijk richting Borgholzhausen. Circa 20 km heen en via dezelfde weg weer terug kom je op zo’n 40 km als je weer bij de auto’s bent.
Klokslag 8.00 uur lopen we weg en eerst gaat het een stukje door Bad Iburg, lekker vals plat naar beneden tot we naar anderhalve kilometer het bos in duiken. Daar klimmen we gelijk naar de bovenzijde van de graat waar de Hermannsweg hoofdzakelijk uit bestaat. Het gaat op en af, de ondergrond ligt bezaaid met allerlei vervelende, puntige stenen, maar eigenlijk raak je daar ook wel weer snel aan gewend.


Ik had mij echt voorgenomen het toch vooral rustig aan te doen om de geplande 12 tot 15 uur eens lekker door te komen. De poging was er wel maar de uitvoering was achteraf toch onvoldoende zou blijken.
Na een kilometer of 10 komen we bij een tankstelle in het plaatsje Hilter am T.W. en trakteren ons daar op een lekkere Kaffe-to-Go, die we wandelend bergop mooi op kunnen drinken. Ik zie dat na deze koffiepauze en twee sanitaire stops ons gemiddelde nog op 7,5 km/uur ligt. Oftewel een stuk hoger dan mijn vooraf geplande 6 km/u. Maar ja, het gaat (nog) lekker, dus zal het wel meevallen.


Bij 17 km komen we bij Fernsehturm Dissen, deze is toegankelijk voor publiek, dus wat doe je dan? Natuurlijk, je klimt via een lange spiltrap naar de top om daar van een prachtig uitzicht te genieten. Hierna gaat het verder richting Borgholzhausen en nemen we op een splitsing een kleine pauze en eten en drinken wat voor de terugweg. Hier hebben we de kans om een afwijkende route te nemen en dat gaat best goed totdat het pad dat op een afkorting lijkt er niet meer is. Dus dan maar even een stukje Bushwacking, ook altijd leuk. Verderop passeren we de toren weer en na het afwisselend heel warm en dan weer koud te hebben lopen we weer richting ‘ons’ tankstation. Toch maar weer even een koffie mee pakken, want er wacht ons een lange klim van ruim 1,5 km. Al keuvelend komt bij ons beide het gevoel naar boven dat het beste er wel af is. De klimmetjes moeten nu echt allemaal gewandeld worden. Eindelijk komt daar Bad Iburg in zicht en wat vanmorgen nog een lekkers stuk vals plat was is nu in omgekeerde richting een vervelende rotklim.
Na exact 6 uur zijn we weer terug bij de auto en hebben er ca 41 km opzitten. Tijd voor een goede pitsstop. André gaat omgekleed huiswaarts want hij heeft nog andere verplichtingen en na een kwartiertje rust en een droog shirt vervolg ik mijn weg weer de Hermannsweg op in westelijke richting.


Pfoeh, dat valt niet mee zeg. De benen stijf na de pauze en de eerste twee kilometer gaan alleen maar omhoog. Ik ken dit stuk nog van de Teutolauf die ik daar al een paar keer gelopen heb en weet nu waarom het daar in de race altijd zo makkelijk ging, is namelijk precies tegengesteld en dus lekker bergaf. Met een uurtje kom ik langs Waldrestaurant Malepartus, maar ik heb nu nog geen trek en besluit deze de terugweg te nemen.
Ondertussen ga ik verder maar het wil voor geen meter meer. Het speed-hiken gaat nog wel maar dribbelen lukt alleen nog bergaf. Voor de rest eigenlijk geen klachten dus maar gewoon doorgaan. Na een kleine twee uur vind ik het wel mooi geweest, heb geen zin meer nog helemaal richting Tecklenburg te gaan en besluit terug te gaan. Via een afwijkende route en een lusje kom ik uitteindelijk bij Malepartus aan. De zon schijnt nog lekker op het terras en ik doe me tegoed aan een alcoholvrije Radler en een Pfannkuchensuppe, heerlijk, daar knap je van op.


Het laatste stukje terug naar Bad Iburg is weer goed te doen, gaat hoofdzakelijk bergaf.
Bij de auto geeft de Garmin ca 61 km aan, heb ik nog mooi extra 20 km gepakt die volgens zeggen van André mentaal dubbel tellen. Ik geloof het direct maar in m’n benen tellen ze wel driedubbel.


Het blijkt toch maar weer dat je het enthouiasme in begin moet temperen om later niet jezelf tegen te komen. Het was weer een goed leermoment en je bent nooit te oud om een beginnersfout te maken. Al met al een heerlijke trainingsdag met perfect loopweer, wat wil je nog meer.

Winters trailen door de Taunus

Henrie en ik zoeken regelmatig over de grenzen naar nieuwe paadjes. Het Klavertje 4 in Olne (België) hadden we al meerdere keren gehad om het jaar te beginnen, dus hoog tijd voor wat anders. Een mooie wintertrail, flinke heuvels, uitdagende afstand. De zoektocht kon beginnen en via de kalender van de DUV kwamen we uit bij de Taunus-Ultratrail. De Taunus als streek moest ik zelfs eerst even opzoeken, ik had er nog nooit van gehoord.

de route

Het concept was simpel maar sprak ons erg aan: het ging om een zogenaamde Einladungslauf, dus super kleinschalig en informeel. Vrijdagavond kon iedereen al zijn intrek nemen in het Waldhotel in Kelkheim voor een gezamenlijke maaltijd en wat drankjes en kennismaken met de organisator Bert Kirchner en zijn vrouw Jessyca. ’s Morgens een gezamenlijk ontbijt en dan zouden we met een bus naar de start gebracht worden. In de bus kon je nog kiezen of je 70 of 50 km lopen wilde, maar eenmaal onderweg kon je niet meer afkorten. Via de Taunushöhenweg zouden we dan weer terug naar het hotel lopen.

het hoogteprofiel

De week voor vertrek hield ik al de weersvoorspellingen in de gaten. De hoeveelheid sneeuw of regen en de temperatuur zou sterk bepalend zijn voor de kleding die aan moest en de (reserve-)kleding die mee moest in de rugzak. Uiteindelijk zou het tempo niet erg hoog liggen en met slecht weer of pech onderweg konden we beter teveel dan te weinig kleding meenemen. Wat repen en bidons moesten natuurlijk ook nog in de rugzak, net als een hoofdlamp voor de laatste uren in het donker. Extra batterijen, noodkitje, regenkleding… Met een beetje proppen, passen en meten kreeg ik het allemaal net in mijn 10l Race Ultravest van Inov-8. Henrie heeft veel meer meer aan eten en drinken nodig voor onderweg dan ik, die liep dan ook met een 20l rugzakje.

alle deelnemers voor de start

Donderdags voor vertrek trok de heftigste storm van de laatste jaren over Nederland en Duitsland en werd er veel schade aangericht in de bossen.  Hierdoor leek het nog even spannend te worden of het wel door zou gaan. Onderweg hoorden we op de Duitse radio allerlei waarschuwingen over bossen die “völlig Gesperrt” waren, maar het leek er op dat de Taunus een stukje zuidelijker lag en daardoor minder getroffen. We maakten ons maar niet te veel zorgen over een paar bomen over het pad.

Na aankomst in het hotelletje werden we hartelijk ontvangen door Bert en zijn vrouw, die uit pure hobby dit evenement organiseren. Veel deelnemers waren er niet, maar er kon ook maximaal een bus vol mensen meedoen. Als enige buitenlanders werden we hartelijk ontvangen en het was een gezellig samenzijn. Henrie en ik besloten echter om al vroeg het bed in te kruipen om zo fit mogelijk aan de start te staan. Maar voor we het bed indoken werd eerst de rugzak nog eens voor de laatste keer nagekeken en de kleding die we aan gingen doen klaargelegd.

Na het ontbijt stapten we in de bus die ons naar de start bracht. Best een eind in de bus, maar na een uurtje stonden we bij de start van de 70 km. Tijd voor een groepsfoto van iedereen. De 50 km lopers stapten daarna weer in. De start zou redelijk eenvoudig zijn volgens Bert, nou daar merkte ik niet veel van. Het ging gelijk al behoorlijk omhoog en ik merkte al snel dat ik meer last van mijn luchtwegen had dan wenselijk. Een flinke verkoudheid zat me dwars. Bovendien schoot het me een paar dagen geleden bijna in de rug tijdens een hoestbui. Gespannen en gevoelige hamstrings en bilspieren lieten me in deze eerste klimmen al weten dat ze er niet veel aan vonden. Dat beloofde niet veel goeds, maar het was wel een hele mooie omgeving.

De klimmetjes in de eerste kilometers waren lang en vrij heftig en tot onze verbazing liepen we op bijna de laatste plaats. Waren die anderen nu zo snel of wij zo langzaam? We lieten ons niet opjagen door de inboorlingen, het was immers nog een heel eind. Nog maar één groepje van drie mannen liep er op een gegeven moment achter ons door de bossen. Toen we weer gingen dalen zag het leven er al weer mooier uit. De schade in het gebied leek mee te vallen, wel wat omgevallen bomen maar geen ravage zoals we die op TV gezien hadden. De eerste verzorgingspost op 20 km had heerlijke warme thee en allerlei lekkers. Met een temperatuur rond het vriespunt en zwaarbewolkt weer was dat bijzonder welkom. Vol goede moed verder met het tweede blok dus.

Die goede moed zakte me echter al snel in de schoenen tijdens een kilometerslang stuk met net iets meer dan vals plat. Waar ik normaal nog redelijk uit de voeten zou moeten kunnen, lukte me dat nu niet. Mijn keel deed zeer en ik had bijna geen stem meer van het hoesten. Het ging zo slecht dat ik op een gegeven moment zelfs aan uitstappen dacht. Maar dat zou ik dan pas doen bij VP 2 op een km of 40.  Daar moest ik dan eerst nog zien te komen. Henrie zag me worstelen en kwam met het voorstel om het dan maar gewoon te doen zoals het wel ging. Nog rustiger in overlevingsmodus omhoog en lekker ontspannen op de stukken naar beneden.  Een uurtje meer of minder deed er immers niet toe. Dat was net wat ik nodig had om de negatieve gedachtes weg te jagen en de focus terug te krijgen. Dat het zoetjes begon te sneeuwen maakte geen verschil meer.

Bij VP2 aangekomen waren mijn klachten niet erger geworden. En dus had ik eigenlijk geen reden om uit te stappen en de perfecte verzorging deed weer wonderen. De klim naar de Feldberg (ruim 850 m) zou voornamelijk een kwestie van wandelen door de sneeuw worden. Bert waarschuwde ons nog om niet te lang op de top te blijven hangen in verband met de koude en de wind. Wij trokken voor de zekerheid onze regenpakken er maar overheen. Lekker warm en droog blijven was het devies. Het moet gezegd worden dat Bert niet gelogen had: het was een hele stevige berg om omhoog te lopen. Mijn hamstrings waren het er niet erg mee eens en ik liep te hijgen als een postpaard. Kleine pasjes maken en doorlopen, niet teveel nadenken.

Een mooie wandeling over de besneeuwde paden en door de bossen, waar we zeker niet alleen waren. Behoorlijk wat ouders en kinderen maakten gebruik van de wandelpaden om met een sleetje kilometers naar beneden te glijden. Geweldig leuk natuurlijk, maar je moest ze wel in de gaten houden. Remmen en uitwijken kan immers niet met een sleetje. Het sneeuwde onverdroten voort en het zicht op de top was jammer genoeg enorm beperkt. Nog een kilometer of 20 naar de finish en veel daglicht hadden we niet meer.

Meteen verder met de kilometerslange afdaling dus, glibberen en glijden over de sneeuw en modderpaden. Eerst was het nog wel lekker, maar na een klein half uurtje afdalen begon dat ook behoorlijk in de bovenbenen te trekken. VP3, net voor het donker inviel, was dan ook  bijzonder welkom. Even rustig thee drinken, wat lekkers er bij. Batterijen vervangen in de GPS en de koplampjes uit de rugzak halen en op het hoofd zetten. Allemaal dingen die wat prettiger verlopen bij een verzorgingspost dan wanneer het het ‘in het veld’ moet doen. Mijn keel begon wat prettiger te voelen en het hoesten leek wat minder. Op naar de laatste uren in het donker dus.

Het laatste stuk bleek echter zeker geen rustig stukje uitlopen. Eerst mochten we een enorme steile klim over sneeuw- en modderpaden in het donker over singletracks door een half omgewaaid bos doen. Henrie liep op zijn eigen ritme omhoog, maar wachtte gelukkig regelmatig even op me, want bij vlagen zag ik het licht van zijn koplampje niet eens meer voor me. Na deze monsterklim kwam er een lange vlotte afdaling, waar ik weer wat moed begon te krijgen. Mijn benen trokken het echter bijna niet meer om nog te remmen. Na een allerlaatste mini VP hoefden we alleen nog maar Fischbach omhoog te lopen.  Even dachten we dat het alleen de weg door het dorp omhoog was. Maar uiteraard was dat niet helemaal waar. Er volgde nog een laatste venijnig steile klim door het bos omhoog voor dat we uiteindelijk de straat inliepen waar het hotelletje lag. Met ongeveer mijn laatste krachten liep ik het trapje op naar de ingang van het hotel.

Een hartelijk welkom van het organiserende team en de lopers die er nog waren was onze prijs. De beste buitenlanders geworden in iets meer dan 11:31 uur. De beste loper was inmiddels al uren lang hoog en breed thuis  😉 Een lekkere hete douche en even wat warm eten naar binnen werken zorgde er voor dat we weer een beetje mens werden voor we weer naar huis reden. Ondanks dat ik het heel zwaar had, en vervolgens de halve week geveld was door een verkoudheid, was het er toch weer eentje om bij te schrijven op de lijst van hele bijzondere lopen.

De route op Gpsies.com

 

The Real Kick 2017

(door Henrie Drenthel)

“Het was, het was donker, ik was HELEMAAL ALLEEN”. Dat waren de woorden van Toontje Lager die afgelopen zaterdagnacht door mijn hoofd spookten. Na de BERGischerUltra van 6 oktober waarin ik nog in het gezelschap van André, Heini en Peter liep was The Real Kick afgelopen weekend wel compleet iets anders. Ruim acht uur lang liep ik in de af en toe stromende regen door het Pfalzer Wald in de Noord-Eifel. Vond ik het leuk: ja, was ik alleen: ja, heel erg. Niemand waar tegen je eens lekker kon klagen dat er zoveel blubber en drek lag, of dat de GPX-track niet overeen kwam met de werkelijkheid, gewoon niks, alleen duisternis.

 

De dag begon zaterdag om 7.45 uur op de parkeerplaats bij het Natur-Freunden Laacher Seehaus bij het plaatsje Mendig, alwaar de autoruiten stijf bevroren waren en het zich liet aanzien dat de zon moeite ging doen om door te breken. Met de bus gingen we zo’n 40 km verderop naar het plaatsje Moselkern waar om 9.00 uur de start zou plaats vinden. Vooraf was er de gebruikelijke briefing van racedirector Michael Frenz waarbij werd medegedeeld dat de route net als vorig jaar zo’n 5 km langer zou zijn, namelijk 125 km. Maar ja, wie maalt daar om 9.00 uur om? Vlak voor de start blijkt dat hij z’n trackers op z’n slaapkamer heeft laten liggen maar wachten is geen optie dus die ontvangen we bij het eerste verzorgingspunt bij 30 km.

Er was ons verteld dat de eerste marathon langzaam omhoog liep en dat klopte aardig. Mooie stukken om te blijven rennen wisselden zich af met technische klimmen met de handen op de knieën. Ook was het een kunst om na de overvloedige regenval van de voorafgaande weken de voeten droog te houden want het was overal nat zat. Na een kleine vier uur kwamen we aan bij de eerste verzorgingspost met Biggi en Sacha waar ik ook de eerder genoemde tracker in ontvangst nam. Was ik ook voor het thuisfront weer te volgen 😊. Net toen ik daar weer verder wilde kwamen Peter en Jordy aanlopen. Twee Nederlanders die ik de avond ervoor al had ontmoet in het Naturfreundenhaus. Ze waren bij de start al snel bij mij weg gelopen maar waarschijnlijk onderweg ergens verkeerd gelopen.

Op ging het naar de centrale verzorgingspost. Ik ging gelijk weg met een Duitser (Tilman) uit de buurt van Stuttgart, die voor de tweede keer meedeed. We kregen te horen dat dit niet zoals afgelopen jaar in het lekker verwarmde Heunenhof was maar gewoon onder een partytent in de buurt daarvan. Dat was wel even een mentale domper, maar ja, gewoon maar doorgaan toch? Ruim binnen de zes uur kwamen we aan en hier stonden ook de dropbags. We werden lekker in de watten gelegd en er was een overvloed aan lekkere dingen. Een bak lekkere bonensoep en een blikje RedBull gaven mij weer vleugels (dacht ik). Samen met Tilman begon ik aan de tweede lus richting Monreal om daarna weer op dezelfde verzorging terug te komen. De droge kleren die ik aan had gedaan gaven een prettig gevoel maar de bonensoep kwam goed binnen.

De eerste beste beklimming was een serieuze met tal van haarspeldbochten en trappen. De soep lag inmiddels als een blok op m’n maag en ook de droge kleren voelden nu als een iets te dikke jas. Bovenop even recupereren en daarna nog een stukje bushwacking omdat de track weer over een stuk niemandsland ging. Het goede gevoel van de eerste marathon was inmiddels wel een beetje weg. Ik hobbelde maar braaf achter Tilman aan en een paar kilometer voor de controlepost hakte ik voor mijzelf de knoop door. De cut-off tijd voor de derde lus was gezet op 20.00 uur dus met ca 18.00 uur zouden we dit makkelijk halen, maar ik voelde dat de echte vorm er niet was en besloot de derde lus niet te lopen maar bij de verzorging even goed te eten en drinken, droge schoenen aan en richting de finish te vertrekken. Na drie kwartier bijkomen ging ik om goed 19.00 uur, het was inmiddels stikdonker geworden, weer richting het Laacher Seehaus.

Door deze actie was ik op kop van de race gekomen en dat is in het aardedonker een hele rare gewaarwording. In de baan van mijn hoofdlamp zie ik allerlei oogjes in het bos en regelmatig springen er wat reeën voor mij langs over het pad. Aan de omgewroete paden kon ik zien dat er hier in de regio ook wilde zwijnen voor komen. Na de confrontaties met verschillende Bambi’s schrok ik mij dan ook het apelazarus toen ineens op minder dan tien meter afstand in de struiken er een wild geknor opstak en ik galopperende varkenspoten hoorde. Het geknor kwam denkbeeldig heel agressief over maar doordat het donker was kan dit heel goed een inbeelding zijn geweest. De lieve wilde zwijntjes zullen zelf wel veel harder geschrokken zijn van dat ene Holländische Schwein wat daar met een hoofdlamp en een hartslag van bijna 200 ineens bergop begon te versnellen. Wat zullen ze gelachen hebben. Gelukkig kwam om ca 22.00 uur de eerste groep van vier lopers mij achterop en konden zij de wilde-dieren-kastanjes uit het vuur halen.

Het was inmiddels zondag geworden en ik kwam bij de laatste verzorgingspost aan, wederom perfect georganiseerd door Birgit en Sacha. Topservice. Heerlijk gasbrandertje onder de partytent en een strandstoel met een dekentje. Twee kopjes thee met druivensuiker, een mok bouillon en ik kon verder richting finish welke volgens Sacha op ongeveer 6 a 7 km afstand lag. Nou dit was dus ruim tien kilometer en met de snelheid die ik nu nog had is dat toch circa een half uur langer dan verwacht. Maar ja, niet klagen, gewoon doorgaan.

Inmiddels was het zachtjes regenen overgegaan op stortregenen en bij de eerstvolgende klim liep ik letterlijk in de wolken. De track gaf weer een pad aan dat er niet was en de bodem lag compleet vol met blad dus het was werkelijk alleen op de GPS-handheld lopen totdat er weer iets in beeld kwam dat op een pad leek. Na onder de snelweg te zijn doorgegaan kwam de finish in zicht. In het plaatsje Maria Laach rechts i.p.v. en dan nog één bos door en na precies 18.00 uur wandel ik het terrein van de Naturfreunden op.

Het was weer een geweldige belevenis. Gemoedelijk, kleinschalig, prachtige omgeving maar André en Heini wat heb ik jullie gemist onderweg. Op naar de Bello Gallico in de Kempen op zaterdag 16 december.

BERGischerUltra 2017

(door Henrie Drenthel)

“Zwijgend stappen we gedrieën naast elkaar door de donkere nacht terwijl de regen horizontaal aan onze koplampen voorbij schiet”.
Zo maar een passage van de BERGischerUltra (BU) waar Heini Rave en ondergetekende zich ingeschreven hadden voor de Mitteldistanz van zo’n slordige 125 km. André Bleumink was deze tocht onze steun en toeverlaat die ons op vooraf bepaalde plekken voorzag van eten en drinken en regelmatig stukken met ons meehobbelde en ons zodoende er doorheen sleepte.

Donderdagmiddag vertrokken wij vanuit Aalten naar de jeugdherberg in Lindlar, een klein plaatsje ten oosten van Köln in het Bergische Land, ten westen van het Sauerland. Bij aankomst om 18.15 uur kregen wij gelijk van racedirector Michael Frenz een korte briefing en daarna ging het linearecta naar de plaatselijk pizzeria om nog even goed te bunkeren. Na wat pizza’s, pasta’s en een paar Keulse biertjes ging het al weer redelijk op tijd richting jeugdherberg waar we omstreeks 22.00 uur lekker in onze stapelbedjes doken.

Vrijdagochtend 5.00 uur is het al weer reveille. Gauw de reeds klaargelegde loopkleren aan en dan snel Frühstücken met een paar bakken koffie. De start is gepland om 6.00 uur en een kwartier daarvoor is het redelijk droog, het miezert ietsje. Na een laatste briefing blijkt dat er 13 personen aan de start staan met daarnaast nog 2 DNS-jes. De Garmins worden aangezet op jacht naar een satelliet en elke loper wordt voorzien van een tracker waarmee hij de gehele route op afstand te volgen is. Dit systeem is toch elke keer wel weer een fijne uitkomst voor thuisblijvers en andere geïnteresseerden. Even na 6.15 uur ‘stuiven’ Heini en ik ook het parkoers op. Het plan is om de makkelijke stukken lekker te dribbelen en de zware stukken te hiken. Al gauw blijkt dat we dit wel iets moeten aanpassen; makkelijke stukken zijn er niet door de overvloedige regen van de afgelopen dagen is het één grote modderpoel en de zware stukken zijn lompzwaar geworden.

Doordat we de hele afstand verdeeld hebben in globaal drie marathons en deze weer opgeknipt in 3-4 stukken blijven de etappes overzichtelijk. Ergens tussen het eerste en tweede punt komt Peter Scheutjens ons achterop. Hij heeft ons de tweede kilometer ingehaald met de 4-mans kopgroep (Marek, Maarten, Francois en Alexandre) maar kon hun tempo net niet helemaal volgen en is vervolgens een stukkie verkeerd gelopen. Nu loopt hij mooi in ons tempo mee en al gauw lopen we André tegemoet die bij een plaatselijke bakker koffie heeft gescoord. Dit is op dit moment geweldig en lekker met een krentenbol erbij gaan we verder richting het eerste marathonpunt in het plaatsje Dhünn. Dat bereiken we na circa 7 uur en besluiten daar een wat langere pauze te houden en Heini’s gasbrander te gebruiken om wat GoodNoodles te maken. Lekker wat hartigs.

Hier is het ook dat ik voor het eerst last heb van blaren op m’n kleine tenen. Door alle regen en modder zijn m’n voeten zo week geworden dat zich er een grote blaar heeft gevormd die inmiddels ook geknapt is. Beetje drogen en wat tape erover en verder gaat ie. Het fijne lopen is nu toch wel een beetje ver te zoek als zich de voetproblemen uitbreiden tot de gehele bal onder de voet en het voelt alsof ik daar op een soort siliconenkussen loop. Lopende de dag zijn we toch een paar keer verkeerd gelopen en zitten nu aan zo’n drie kilometer extra dan de GPX-kaart aangeeft, maar ja, wie maalt daar om. Kilometers maken toch? Bij 70 km lukt het ons niet om net voordat het donker wordt een restaurantje of een Imbiss te vinden dus beperken wij ons weer tot wat kokend-water-maaltijden die overigens prima smaakten. Met de voeten is het inmiddels helemaal naadje. Bij de warme kachel in de auto droog ik ze zo goed en zo kwaad dat het gaat waarna André ze met elastische sporttape omzwachteld.

Nu droge sokken en schoenen aan en hopen dat het beter gaat. Niet dus. Voelt nog steeds k*t. Dus maar even een Paramolletje en niet meer aan denken. We hoeven tenslotte nog maar 58 km tot de finish.
Inmiddels is het weer donker geworden en kunnen de koplampjes weer aan. De buienradar geeft kans op droge perioden aan maar dat was van korte duur. Van 20.00 uur tot een uur of vijf heeft het de hele tijd min of meer geregend.

Zondagmorgen 0.00 uur; we hebben er ongeveer 90 kilometer opzetten en eerlijk gezegd ben ik er wel een beetje klaar mee. Continu die regen, modder en nattigheid. Het parkoers is hier lang niet zo uitdagend dan de zaterdag. Gewoon saai soms met brede verharde wegen. Voor nu wel prima omdat het hardlopen in het donker niet wat werd. Bij de eerste poging ging Peter bijna onderuit en wist hij zich nog net op de been te houden al brak zijn stok daarbij wel in tweeën. Maar ach, hij hoeft nog maar 150 km. Moet er niet aan denken. Onze tocht is al een zware mentale opgaaf waarbij de steeds aanwezige auto steeds harder roept om lekker in de warmte plaats te nemen en het laatste stuk te laten voor wat het is. Steeds maar weer zetten we door en beginnen we toch weer aan de volgende etappe. Er sluipt ook een soort gewoonte in. Net drie marmotjes in een trapwiel.

Het tempo blijft eigenlijk de hele nacht door hetzelfde al begint voor mij elke etappe meer zeer te doen om weer op gang te komen en helemaal de afdalingen waarbij je voeten alle kanten in de schoenen schuiven doen onbeschrijfelijk zeer. Maar ja, na elke afdaling komt er gelukkig weer wat vlaks ofwel bergop waarbij de pijn weer af kan nemen. Zo’n 15 kilometer voor het eind kom ik op het stuk parkoers waar in een paar weken terug samen met Claudia nog zo de heuvels op kon rennen maar geen haar op mijn hoofd die daar nu nog aan denkt. Twaalf kilometer voor het einde is onze laatste stop in een partytent bij een Dorfgemeinschaftshaus waar we nog lekker een CupaSoupje nemen en dan full-speed richting finish in Lieberhausen gaan.

Via de LegendsTracking hadden wij inmiddels gezien dat er nog maar één loper achter ons loopt en vier voor ons. In totaal dus nog slechts 8 deelnemers. Dit geeft toch wel weer een soort boost die de pijn weer naar de achtergrond drukt. Sterker nog, de laatste vier kilometers hadden nog de nodige hoogtemeters en het leek wel of we naar boven vlogen. Boven wachten wij uiteraard weer op elkaar want Peter was zo verstandig om niet aan deze jeugdige overmoed mee te doen en in z’n eigen tempo omhoog te gaan. De laatste kilometer breekt aan en we zien dat we het gaan redden binnen de 26 uur. Nu hadden wij vooraf geen enkel idee wat we hier moesten verwachten aan eindtijd en gelukkig heeft dat ook de hele weg niet meegespeeld.

Nog even de laatste klim op knallen en rond 8.00 uur zaterdagmorgen stappen wij het terras op bij Gasthof Rheingold in Lieberhausen. We did it! Uiteindelijk waren het 127,8 km in 25 uur en 51 minuten. Voor ons beiden een nieuw afstandsrecord en een noodgedwongen zware mentale battle.
Vraag me nu hoe het was en ik zal zeggen; geweldig. Onderweg was dit gevoel lang niet altijd aanwezig maar toch overheerst de trots van het doorzetten en vastbijten. De onderzijde van mijn voetzolen zien er nog steeds uit als een ontplofte mol, maar ja, dit heelt wel weer. Als je me vraagt doe je zoiets weer? Is het antwoord simpel, ja graag. Maar dan graag wel een beetje minder nattigheid. Overigens niet bij de BERGischerUltra, want dit was de laatste editie.

Speciaal woord van respect voor Peter, die toen wij inmiddels gedoucht waren zijn droge kleren weer aan had en gewoon stug verder ging waar ie mee bezig was. De gehele 244 km uitlopen en na 59 uur en 51 minuten komt hij als enige finisher aan bij de jeugdherberg in Lindlar. Wat een klasbak.

BERGischer Grüsse, Henrie Drenthel

Meer foto’s van André 

Game of Stones

Zwijgend stappen we naast elkaar door het vroege ochtendgloren. De weg naar Hinterweidenthal lijkt wel eindeloos. De plek met de ergste pijn van het moment wisselt steeds af. Het ene moment zijn het de blaren onder je voeten, het volgende moment zijn het de schuurplekken of de bovenbenen die om rust schreeuwen. Mijn rugzak trekt aan mijn schouders alsof er lood in zit. Het is al meer dan 24 uur geleden dat we gestart zijn aan de Game of Stones en we zijn er helemaal klaar mee. Alleen is er geen mogelijkheid om uit te stappen, we moeten door naar de finish…. Tanden op elkaar en doorlopen….

In september vorig jaar zag ik voor het eerst een bericht voorbij komen over de Game of Stones. Een loopevenement van 36 uur, waarbij het enige dat duidelijk was dat je 8 Rittersteine in het Pfälzerwald moest opsporen. Verder geheel zelfvoorzienend qua eten, drinken, oriëntatie etc. Google Maps bracht aan het licht waar het Pfälzerwald zich precies bevond in Duitsland en langzaam werd duidelijk dat dit een enorme uitdaging voor Henrie Drenthel en mij zou zijn. Door het bos rennen met alleen een GPS-handheld of een kaart ter oriëntatie is iets wat we graag mogen doen en het super kleinschalige van het evenement sprak ons ook enorm aan. De organisator Michael Frenz staat bekend om de extreem lange wedstrijden die hij organiseert. Kort overleg via Facebook leerde ons dat we rekening zouden moeten houden met afstanden rond de 150 km. Maar aangezien je zelf de route bepaalt, kun je ook eerder stoppen. Dat is maar goed ook want mijn langste afstand ooit was ‘slechts’ 72 km. Al snel was onze inschrijving een feit.

In de aanloop naar de wedstrijd lopen we diverse trailwedstrijden en flink wat kilometers. De vuilnisbelt in Winterswijk begint bijna te slijten van alle keren dat ik er omhoog en omlaag loop. Krachttraining is een vast onderdeel van mijn training, maar wat kan je voorbereiden op zo’n afstand? Het zal toch voornamelijk een mentaal spelletje worden. Om onze kansen wat te vergroten bereiden we een aantal routes voor via afstandmeten.nl waarmee een heleboel stenen  aangelopen kunnen worden. Voor de start horen we welke 8 stenen we moeten hebben en dan kunnen we bepalen welke ronde of combinatie van rondes we gaan lopen. Dat geeft wat houvast, we beperken ons tot een afstand van iets meer dan 100 kilometer. Dat lijkt ons het maximaal haalbare voor ons in dit terrein. Bovendien lijkt het ons leuker om via een heleboel stenen naar de finish te komen dan er iedere 30 kilometer eentje vinden.

Vrijdagavond voor de start parkeren we de camper dicht in de buurt van de start en pakken we onze rugzakken vol met eten, drinken en andere spullen die we nodig gaan hebben. Gezien de temperatuur van bijna 30 graden die verwacht wordt moeten we extra water meenemen. Zeker in de eerste helft van de route zullen we maar heel weinig bewoonde wereld zien en zijn we op ons zelf aangewezen. Het gewicht van de rugzak is te hoog om comfortabel mee te lopen, maar we moeten het er mee doen.

’s Morgens om half zes is het verzamelen en krijgen we de laatste instructies en de gps-trackers die onze tocht zullen vastleggen. De stenen worden geloot en wij starten snel de laptop op om te zien welke ronde die we bedacht hebben de meeste stenen bevat. Tot ons ‘geluk’ bleek onze langste ronde de beste optie. Tegen half zeven tikken we de Teufelstisch aan die de start is van het evenement en vandaar uit vertrekken we voor onze tocht door het Pfälzerwald. De temperatuur is prima, zelfs wat fris in de schaduw van het bos. Prima loopweer en we vonden vrij eenvoudig de ene Ritterstein na de andere. Rustig lopen, regelmatig eten en vooral steeds blijven drinken was een vereiste om de hele dag te blijven lopen. Een lekkere bak koffie op het enige terras in de ochtend die we zien is dan ook een fijne afwisseling van het water uit de rugzak.

Het terrein is extreem heuvelachtig, eigenlijk is het gewoon bezaaid met kleine bergen. Soms kunnen we er om heen, maar even vaak moeten we helemaal naar boven wandelen om daanra weer naar beneden te rennen. Een klim van enkele kilometers, waarin dan tegen de 400 hoogtemeters zitten, zijn niet vreemd hier. Dat is veel hoger dan we kennen uit bijvoorbeeld de Ardennen. Voor mijn gevoel komt het dichter bij de Alpen. Een flinke klus is het iedere keer, maar wel mooi. Prachtige uitzichten en doorkijkjes over de toppen en de valleien. Jammer dat je dat bijna niet op de foto kunt krijgen.

Iets na het middaguur lopen we een stukje op met een oudere loper die naar dezelfde steen onderweg is als wij. Ervaren ultraloper, woonachtig en werkzaam in Quatar. Gezellige prater, maar het is ons al snel duidelijk dat hij veel beter overweg zal kunnen met de warmte die nu echt begint op te komen. Waar hij dag in, dag uit, traint bij temperaturen boven de dertig graden vinden wij het heet. Voor een woestijnloper valt het reuze mee. Vrolijk vertelt hij ons dat hij een week na de Game of Stones aan de start zal staan van het ‘Rondje Keulen’. Een rondje van 170 km… Dan zijn wij maar een stel rookies.

De hitte in de middag maakt dat we ons tempo nog verder naar beneden brengen. In de praktijk rennen we alleen nog maar de stukken naar beneden en powerhiken we de rest. Daarmee blijft de warmte redelijk hanteerbaar en komen we toch met ruim 6 km per uur vooruit. We zijn goed op weg. Toch maken we deze middag, door de warmte en onervarenheid op dit soort wedstrijden, een enorme fout. Als een voorbijganger ons vertelt dat een paar kilometer terug een gelegenheid is waar je eten en drinken kunt besluiten we toch door te lopen. We koelen even door lekker in een stroompje te poedelen en lopen verder op onze geplande route.

Een aantal uur later zitten we even te eten en de kaart te bestuderen. Wat rekenwerk leert ons dat we het dorp waar we dachten eten en drinken te kopen voor de nacht niet kunnen bereiken voor een uur of 10 ’s avonds. De kans dat er dan nog wat open is, is klein. We besluiten de route wat in te korten en via een afkorting naar het dichtsbijzijnde dorp te lopen. Na een kilometerslange afdaling vol stenen en boomwortels komen we hijgend en puffend van de warmte tegen half negen ’s avonds aan bij een restaurantje waar we op het terras ploffen. De keurig geklede locals en de serveerster kijken wat vreemd naar ons, maar als we vertellen waar we mee bezig zijn valt hun mond open van verbazing. We worden vriendelijk geholpen aan een maaltijd en het bijvullen van een aantal flesjes met cola is geen enkel probleem. Bij ons vertrek een uurtje later wordt ons van alle kanten succes gewenst. Een fijn moment om de nacht mee in te gaan.

Het wordt al snel donker in het bos en vochtig en benauwd. In het licht van onze koplampjes zien we allerlei insecten. Maar goed dat we ons flink ingesmeerd hadden met deet, anders hadden ze ons helemaal lek geprikt. Verder was het doodstil, alleen geritsel van muizen of ander kleine beestjes. Heel af en toe blinken de ogen van reeën in het schijnsel van de lampen. We powerhiken nu eigelijk de hele tijd. Rennen naar beneden levert risico op en het laatste wat we kunnen gebruiken is een verzwikte enkel in the middle of nowhere. Hulp kan dan immers wel een paar uren duren.

Na een aantal flinke klimmen en een langdurige speurtocht naar een goed verborgen steen beginnen we toch wel flink moe te worden en we beginnen steeds meer te denken aan een lekker tukkie ergens in een schuur of zo. Maar dan moet je die wel vinden natuurlijk. Vlak bij een dorp lopen we ons vast tegen een snelweg en een hoog hek. We zien even geen uitweg en besluiten een uurtje te slapen in een ongebruikte tunnel. Na een uur worden we verkleumd wakker, maar zijn we genoeg opgeknapt om de goede weg weer te vinden.

We lopen weer verder, maar de puf is er uit. We krijgen blaren van de vele steile klimmen en dalen en de schuurplekken op nare plekken worden steeds vervelender. Als we dan ook nog eens door een fout in onze route helemaal voor niets weer een berg op en af lopen, om vervolgens weer terug te komen waar we vandaan kwamen, zijn we het zat. We besluiten de kortste weg terug te lopen en de rest van de stenen te laten zitten.

Zo wandelen we dus in het hele vroege ochtendgloren over de weg naar Hinterweidenthal. We zijn er klaar mee, maar we moeten nog naar de finish. Een kleine 20 kilometer verderop via de kortste weg. Vier uur wandelen of zo. Hardlopen doen we al lang niet meer, we maken er alleen grappen over. We zien nog een paar slangetjes, wat reeën en een marter die absoluut niet bang is. Dat zorgt voor wat afleiding, maar voor Kaffee en Kuchen is het nog te vroeg. Er is nergens iets open, geen mens te zien. Het feit dat we dit als team doen sleurt ons er door heen, elkaar oppeppen waar nodig, zorgen voor afleiding en er voor zorgen dat je positief blijft denken.

Als we dan uiteindelijk iets na achten in de ochtend eindelijk weer de Teufelstisch aantikken zijn we uitgeput, maar dolgelukkig. Geen muziek, applaus of bloemen na de langste afstand die ik ooit gelopen heb, er was niemand in de buurt om het te zien. Maar het voelt toch als een overwinning. Geen energie meer, fysiek tot op het bot leeggezogen door deze tocht. Maar gevuld met een heleboel nieuwe evaring en indrukken. Een volgende keer zullen we daar zeker voordeel uit kunnen halen. En in ieder geval is het iets waar we nog heel lang sterke verhalen over kunnen vertellen. Van de 8 stenen die we hadden moeten hebben, hadden we er maar twee. Maar verder was er denk ik geen deelnemer die 32 stenen had zoals wij. Er was één deelnemer die alle 8 stenen had, maar die had veel meer dan 36 uur nodig en 185 km. Voor mij was het een afstandsrecord van 102,5 km, met ruim 3300 hoogtemeters, is iets waar ik met heel veel tevredenheid op terugkijk. Voorlopig hou ik het even bij kortere afstanden, dus blijft dit record nog wel even staan.

De route die we gelopen hebben op Strava

 

 

 

 

 

 

 

 

Lekker rennen door het Ketelwald

De Ketelwaldtrail in Milsbeek stond al een paar jaar op mijn verlanglijstje, maar het was er tot afgelopen weekend maar steeds niet van gekomen. Het heeft in principe alles waar ik blij van wordt: kleinschalig, veel bos en heuvels en een organisatie van veel enthousiaste vrijwilligers. Het kleinschalige wordt al wat minder met 650 deelnemers over drie afstanden, maar doordat de inschrijf-limiet strak aangehouden werd zou het wel meevallen met de drukte op de paadjes. Dat hoopte ik in ieder geval. Het Ketelwald, het gebied waarin het parcours uitgezet werd, maakte in ieder geval een heleboel goed.

Het Ketelwald is namelijk een prachtig bosgebied bij Milsbeek (vlak bij Nijmegen), grenzend aan het uitgestrekte Reichswald. Een paar maand geleden ging ik hiernaartoe voor een vroege zondagochtendtraining. Koud, mistig, het was bijna onheilspellend in het bos. Bijna geen mens of dier gezien of gehoord in de drie uur die ik rondgelopen heb. Dat was nu wel anders. Prachtig zomers weer, duizend kleuren uitbundig groen overal, de vogels floten zich de longen uit het lijf en bij diverse poelen onderweg hoorde ik de kikkers kwaken.

Het begon ’s morgens al goed toen ik aan kwam rijden. Ik was aan de vroege kant, maar werd ook toen al lachend welkom geheten door de vrijwilligers die me naar een parkeerplek in de wei tegenover het sportpark dirigeerden. Gelukkig had de boer nog net van tevoren het gras gemaaid zodat de hobbels en bobbels in het grasland een beetje omzeild konden worden. Op weg naar de inschrijving en de koffie trof ik eigenlijk alleen maar mensen met extreem goede zin. Dat kon ook bijna niet anders met het mooie weer dat werd voorspeld.

Op mijn gemakkie haalde ik mijn nummer op en met een bak koffie nestelde ik me op een stoel in de zon. De organisatie was nog bezig met het inrichten van Start en Finish terwijl langzamerhand meer lopers binnendruppelden. Eerst vooral lopers van de 33 km, die het eerst mochten starten, maar daarna ook lopers van de latere groepen. Het werd gezellig druk op het terras, je zou bijna blijven zitten. Gewoon lekker een beetje bijkletsen met clubgenoten en andere bekenden.

Maar om half 11 was het dan toch tijd om te starten. Na wat aandringen van de speaker werd het startvak behoorlijk vol. Een mooi aantal inschrijvingen voor de 33 km. Na de start was het bij de eerste single tracks en hellingen even dringen (of rustig wachten) in de trailfile, maar al snel viel het veld uit elkaar en kon je lekker lopen. Ik had me voorgenomen om rustig achterin het veld te beginnen. Nadat ik dan warm was een een beetje gevoel had van de fysieke mogelijkheden van de dag wilde ik daarna gas geven en kijken hoe lang ik dat vol kon houden. Het laatste stuk zou dan mentale training worden.

Zo gezegd, zo gedaan, en nadat het veld wat meer open werd en ik warm gelopen was, begon een groot inhaalfeest. Het is natuurlijk geweldig als je steeds weer iemand kunt binnenhengelen en dan erop en erover. Het tempo zat er dan voor mijn gevoel ook lekker in. Op een gegeven moment loop je dan toch weer tussen mensen die hetzelfde tempo hebben en vormen zich losse groepjes. Af en toe loop je samen en af en toe valt het weer uit elkaar. Maar in de korte tijd dat je samenloopt kun je toch soms interessante mensen ontmoeten en mooie verhalen uitwisselen. Dat zijn de momenten die het traillopen extra mooi maken.

Na het eerste stuk heuvelgebied in het Ketelwald, met af en toe stevige klimmetjes, staken we bij een verzorgingspost de weg over en waren we ineens in Duitsland. Niet dat je daar wat van merkte in het bos. Hooguit dat de klimmen hier veelal gemeen vals plat waren, maar dan waren de afdalingen extra lekker. De vele lange rechte bosbouwpaden in het Reichswald werden keurig omzeild door de organisatie en een verrassend mooie route werd gevolgd.

De tweede verzorgingspost kwam zo snel na de eerste dat ik hem maar oversloeg. Ik had nog genoeg in mijn rugzakje om me te redden. Bovendien kon ik zo de man die me even tevoren had afgeschud op een klim weer mooi voorbij steken… het duurde weer even voor hij me weer bij was en we ons gesprek over diverse wedstrijden konden vervolgen.  Maar op dat moment wist ik al dat ik hem toch weer moest laten gaan. Ik liep immers al een hele tijd ruim boven de begroting en ik voelde aan mijn benen dat de rekening zo gepresenteerd ging worden. Maar ik kon langer op tempo door dan ik gedacht had.

Pas toen we weer uit het Reichswald kwamen en het Ketelwald weer indoken was het zover. De lange hellingen maakten plaats voor korte steilere klimmen en ineens was het gebeurd met de pret. Voor mijn gevoel kwam ik de klim zowat niet meer op. Met een stuk powerhiken kon ik de schade gelukkig beperken en in het afdalen ging het nog best aardig. Maar ik was toch maar wat blij  toen ik de lichtmasten van het voetbalveld weer in beeld kreeg. Na 3:07 uur en ruim 33 km kwam ik over de streep.

Mijn loopmaatjes stonden me al op te wachten bij de finish. Ze hadden hun afstanden ook goed doorstaan en volop genoten van de prachtige natuur. Nog even met zijn allen relaxend op een stoeltje in de zon, waarbij Trailchick Kim ook gezellig aansloot, kwam ik al bijna in een soort van vakantiestemming. Toen ik na het douchen mijn auto opzocht bleek ik daar niet de enige in te zijn. Een hele groep lopers zat bij de auto’s in een kringetje lekker te chillen en te picknicken met spullen uit de kofferbak. Wat een trailfeest.

Top parcours, top organisatie, top weer, top deelnemersgroep. Soms heb je het geluk dat alles samenkomt en dan is zo’n dag echt een trailfeest. Dikke pluim van mij voor de organisatie en alle vrijwilligers die hun vrije zondag opofferden om ons weer een leuke dag te bezorgen.

Site van de organisatie

Filmpje

Foto’s op Facebook van Carel Stotelder

 

 

Uplandsteig met een oranje tintje

Op Koningsdag is er van alles te doen: spelletjes, muziek,  rondjes rennen in het centrum van Aalten en vooral bier drinken. De volgende dag helemaal brak wakker worden en je afvragen of je het niet beter wat rustiger aan had moeten doen. Maar je kunt het natuurlijk ook helemaal anders aanpakken: met je loopmaatje een tripje maken naar Willingen in het Duitse Sauerland en daar een mooie wandelroute lopen. Henrie had tijdens een eerdere vakantie de Uplandsteig ontdekt, een driedaagse wandelroute van zo’n 65 km. Een mooie uitdaging om dat in één dag te doen, op een Koningsdag bijvoorbeeld.

Zo gezegd, zo gedaan. Op woensdagavond vertrokken we met de camper, aangezien we liefst om een uur of zeven de volgende dag wilden starten. Dan waren we ’s avonds ook nog een beetje op tijd weer thuis. Tot onze verbazing werd tijdens de laatste kilometers het steeds witter, tot op de plek van bestemming alles bedekt was met een laagje sneeuw. Op de campingplaats waren slechts een stuk of drie campers te bekennen en niemand bij de ontvangst. We zetten de camper op een vrije plek en gingen op zoek naar een café om nog even wat koolhydraten te scoren. Na een lekkere Kaisersmarn en een paar biertjes zetten we de wekker en doken we de slaapzak in.

De volgende ochtend 7:15 stonden we naast de camper in ons loopkloffie en konden we op zoek naar het begin van de route. Deze was duidelijk aangegeven met stickers met een witte U op een zwarte achtergrond en waren met Duitse Gründlichkeit geplaatst. Mijn Garmin GPS handheld had ik dan ook maar zelden nodig. Het was gewoon pijltje volgen tot je eind van de dag weer bij het begin was. Het was fris, net onder het vriespunt, maar de zon scheen en het onverwachte winterlandschap was fantastisch.

Al snel bleken de heuvels best hoog en de hellingen lang en vaak net te steil om hard te lopen. De afdalingen daarentegen waren vaak ook lekker lang en nodigden uit om je lekker naar beneden te laten rollen. Maar heel stiekem werden de bovenbenen daardoor op den duur behoorlijk gesloopt.  Om het af te wisselen zaten er ook regelmatig hele steile klimmen in, waar je jezelf met de handen op de bovenbenen en weg naar boven moest banen. Doordat het inmiddels behoorlijk dooide werd het ook al snel redelijk modderig, maar de zon scheen en maakte dat het lopen ontzettend lekker.

Na een kilometer of 20 kwamen we in een dorpje. Daar hadden we gepland om een broodje te scoren bij een bakker of een Kaffee und Kuchen in een café. Helaas bleken beide reeds jaren gesloten, het dorpje was redelijk aan het uitsterven. We moesten op onze eigen voorraden teren tot we wel ergens iets vonden. Maar water zou geen probleem zijn, aangezien er overal stroompjes smeltwater van de rotsen stroomden.

Na een kilometer of 30 waren we er wel achter dat het nog een hele klus zou worden om de hele ronde vrolijk uit te hobbelen. De bovenbenen begonnen al wat strammer te worden en dat was eigenlijk wat vroeg. Zeker als je nagaat dat we nog niet eens halverwege waren. De sfeer was echter nog prima en we genoten volop.

Het landschap varieerde van bossen en boerenland tot hoogveen. Daar viel genoeg inspiratie uit te halen. Rustig aan verder, gewoon op karakter verder waar de benen niet willen. De lange klimmen hiken in een vlot tempo en de afdalingen proberen zo soepel mogelijk beneden te komen en zo weinig mogelijk energie te verspillen.

We werden mentaal gered door een berghut op ongeveer 45 km. Daar konden we even bij de kachel lekker bijkomen met een cola en een grote bak goulash-soep. De voorraad in de rugzak weer bijgevuld, nieuwe batterijen in de GPS en daar gingen we weer. Maar helemaal vanzelf ging dat nu ook weer niet. Henrie had last van het eten en kon echt niet lekker meer hardlopen. Maar heel erg was dat niet, we gingen gewoon in een rustiger tempo door. Na de goulash weer er uit gekiept te hebben ging het weer beter en ging het  tempo weer iets omhoog. Inmiddels konden we ok al aftellen naar de finish. Het ging nog wel een uur of wat duren, maar we gingen er wel komen.

De route had op het laatst nog een flinke berg waar we overheen moesten en waarvan het pad ook behoorlijk slecht was. Modder, rotsen, wortels, alles probeerde onze voortgang te vertragen, maar we gingen stug door. Met wat grappen en grollen onderweg hielden we de moed er in. Het duurde nogal voor we bovenaan waren, maar vandaar af was het voornamelijk nog een lange afdaling. Niet dat ik daar nu heel vrolijk van werd. Helemaal stuk zat ik. Met pap in de bovenbenen kilometers afdalen over een pad met allerlei stenen waar je over kunt struikelen tot je denkt dat je benen uit elkaar spatten. Dat was niet fijn. Maar het was wel goed voor het wegtikken van de kilometers.

En eindelijk zagen we Willingen weer in beeld komen. De skiliften, de zomerrodelbaan en jawel… daar was het hotel waar de camper achter geparkeerd stond. We hadden het gered. Zo’n 67 km en een bak hoogtemeters weggetikt. Wat een zware route.  Een goed bestede dag in de buitenlucht. Een perfecte training voor de Game of Stones in juni en eigenlijk een hele mooie dag waar we gewoon enorm van hebben genoten. En die spierpijn? Die gaat weer over om nog sterker te worden.

De route die wij gelopen hebben op Strava.

De originele route zoals je die ook op Gpsies.com kunt vinden en downloaden